Verpleegkundige blijft vijftien moorden ontkennen

DEN HAAG - Ze heeft de schijn tegen, maar de Haagse verpleegkundige Lucy de B. blijft erbij dat haar geen blaam treft rond de dood van een aantal van haar patiënten. Dat bleek dinsdag voor de rechtbank in Den Haag tijdens de eerste dag van het proces tegen de van dertien moorden en vijf moordpogingen verdachte 40-jarige vrouw. Het proces duurt nog tot en met volgende week maandag.

De overleden personen waren bijna allemaal baby's en hoogbejaarden, die met ernstige gezondheidsproblemen waren opgenomen in vier ziekenhuizen in Den Haag. De overlijdensgevallen hadden plaats in de periode februari 1997 tot en met september 2001. De eerste drie dagen van het proces staan in het teken van de feiten en het horen van drie getuigendeskundigen.

Tijdens de eerste procesdag behandelde de rechtbank drie sterfgevallen die volgens het Openbaar Ministerie zijn veroorzaakt door De B. Het ging om twee kinderen, de 6-jarige Ahmad Noory en de zes maanden oude baby Amber Zuiderwijk en een hoogbejaarde vrouw. Tijdens de behandeling van de zaak-Zuiderwijk maakte een getuige-deskundige korte metten met een deel van de bewijslast van het OM. De verhoogde concentratie digoxine die is aangetroffen in het bloed van de baby heeft volgens de Groningse hoogleraar toxicologie Uges niet per definitie geleid tot de dood van het meisje.

Vergiftiging

De rechtbank ging er op basis van rapporten van het NFI vanuit dat de baby was vergiftigd met onder meer digoxine. Uit bloedproeven was gebleken dat er een zeer hoge concentratie van de stof aanwezig was in het lichaam van het meisje. Volgens Uges hoeft dat echter niet te duiden op vergiftiging.

De concentratie van de stof is afhankelijk van een reeks factoren. Na de dood kan de stof zich hierdoor concentreren in bloed op plaatsen zoals de hartstreek en de buikholte. Het NFI baseerde haar conclusies op bloedproeven die waren genomen op materiaal afkomstig uit de buikholte.

Ziekenhuizen dienen digoxine toe aan patiënten met hartklachten. Amber Zuiderwijk had in haar korte leven al een hartoperatie ondergaan. Het kindje had ernstige aangeboren afwijkingen aan hart, hersenen en longen. De B. had dienst toen de baby overleed. De zaak werd aangemerkt als verdacht en leidde uiteindelijk tot de vervolging van de verpleegkundige.

Stortvloed belastende verklaringen

De verklaring van Uges stemde A. Visser, de advocaat van de verpleegkundige, tevreden. Zijn cliënt kreeg verder weinig opbeurends te horen op de eerste zittingsdag. Ze kreeg een stortvloed van belastende verklaringen over haar heen. Nogal eens kwam uit verklaringen van artsen, specialisten en andere deskundigen de suggestie naar voren dat er verdachte dingen gebeurden als de vrouw dienst had. Niemand heeft De B. evenwel strafbare feiten zien plegen. De verpleegkundige beantwoordde wel voor het eerst sinds haar aanhouding een reeks vragen, waarbij de zinsnede "dat herinner ik me niet", overigens vaak te berde werd gebracht.

"Ik maak er veel mensen gelukkig mee"

Tijdens de eerste procesdag kwamen ook de dagboeken van De B. ter sprake. Het OM en de rechtbank confronteerden de verpleegkundige met een reeks fragmenten uit deze boeken. De officieren van justitie, I. Degeling en J. Remmerswaal, menen dat De B. met teksten als "Ik heb een heel groot geheim", "Wat te doen met mijn dwangmatige neigingen", "Het is een vreemde compulsie, ik maak er veel mensen gelukkig mee" en "Dit geheim gaat mee in mijn graf" refereert aan haar rol bij de dood van een lange reeks patiënten.

De verdachte beweert dat ze doelde op haar bezigheden met Tarot-kaarten. Ze onkent dat ze heeft gedoeld op sterfgevallen van haar patiënten die, toevallig of niet, op dezelfde datum plaats hadden als de aantekening van enkele verdachte opmerkingen in de dagboeken.

De B. zegt dat ze zich er terdege van bewust was dat haar Tarot-praktijken niet waren toegestaan. Ze beweert dat ze alles stiekem deed en dat ze met patiënten geheimhouding afsprak. Daarom zouden familie, vrienden, kennissen en collega's van de verpleegkundige geen weet hebben gehad van de kaartenlezerij, waar ze zich mee bezig hield in het Rode Kruisziekenhuis.

De rechter wees Lucy erop dat er vooralsnog geen nog levende voormalige patiënten zijn die kunnen bevestigen dat de verpleegkundige actief was als kaartenlezeres. Ook vond ze het vreemd dat Lucy hierover niet eerder had gesproken tijdens de politieverhoren. Lucy stelt dat ze het advies van haar advocaat om te zwijgen opvolgde.

Tip de redactie