Rijke landen voldoen vooralsnog niet aan hun belofte om arme landen te helpen met de aanpak van klimaatverandering. Per 2020 zou een jaarlijks VN-klimaatfonds van 100 miljard dollar (zo'n 85 miljard euro) klimaathulp beschikbaar moeten zijn. Rijke landen zeggen zelf circa 60 miljard dollar te doneren. Ontwikkelingsorganisatie Oxfam houdt het in een dinsdag verschenen rapport op 19 tot 22,5 miljard dollar.

Het verschil zit in diverse vormen van creatief boekhouden, aldus Oxfam Novib. Zo is van de 59,5 miljard dollar die donorlanden zelf zeggen te schenken volgens het rapport in werkelijkheid 47 miljard een lening, waarbij in ongeveer de helft van de gevallen zelfs winstgevendheid als voorwaarde is gesteld.

Daarnaast zegt Oxfam Novib dat sommige donorlanden geld steken in projecten die slechts voor een deel uit klimaatmaatregelen bestaan. Dan wordt de volledige waarde van dat project als klimaathulp in de boeken gezet.

Betram Zagema, klimaatexpert van Oxfam Novib en een van de auteurs van het rapport, noemt de inzet van leningen als klimaathulp een "grof schandaal". De landen gaan volgens Zagema vaak al gebukt onder de aflossing van onhoudbare schulden. "Ze mogen niet worden gedwongen om akkoord te gaan met extra leningen voor een klimaatcrisis die ze niet hebben veroorzaakt."

Er zijn verder wel wat verschillen tussen landen. Zweden, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk schenken vooral, terwijl Frankrijk bijna alle klimaathulp leent. Nederland zou zich volgens het rapport niet schuldig maken aan overrapportage, maar valt ook niet op door hoge gedoneerde bedragen.

VN-klimaatfonds was enige grote succes op klimaattop Kopenhagen

De financiële klimaathulp is een van de pijlers voor het VN-klimaatverdrag. De gedachte is dat veel arme landen door hun lagere uitstoot veel minder verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, terwijl ze daar verhoudingsgewijs wel veel schade van zullen ondervinden.

Daarom is in 2009, op de veelbesproken klimaattop van Kopenhagen, een akkoord bereikt over een grote financieringssamenwerking. Rijke landen zouden daarbij jaarlijks 100 miljard dollar doneren aan een fonds. De helft van dat bedrag is bedoeld om arme landen te helpen zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, de andere helft als hulp bij het terugdringen van de uitstoot.

Het extreemste voorbeeld van hulpbehoevende landen zijn kleine eilandstaten die door de zeespiegelstijging volledig onbewoonbaar dreigen te worden. Deze landen ontvangen volgens Oxfam Novib nu 3 procent van het geld.

Oxfam Novib kijkt in het rapport naar de cijfers van 2017 en 2018. In Kopenhagen is afgesproken dat het jaarlijkse klimaatfonds in 2020 gereed moet zijn. De cijfers van dit jaar zijn nog niet bekend. "Je zou dus kunnen zeggen dat landen nog twee jaar hebben om hun toezegging uit 2009 waar te maken", zegt Zagema tegen NU.nl.

Formeel hoeft overigens niet het volledige bedrag te worden opgehoest door rijke landen. In de doelstelling gaat het over 100 miljard dollar uit publieke én private bronnen. De landen leveren het publieke geld. Mocht er een gat overblijven, is het dus hopen dat er een paar filantropische miljardairs en multinationals opstaan - liefst met een jaarlijkse bijdrage.