Het gat in de ozonlaag boven Antarctica is een van de grootste en diepste van de afgelopen jaren, zo is te zien op satellietbeelden. Elk jaar begint het gat te groeien in augustus, aan het begin van de Antarctische lente, en in oktober is het op zijn grootst.

Onderzoekers houden het gat via satellieten dagelijks in de gaten. Vorig jaar was het - als gevolg van bijzondere meteorologische omstandigheden - ongewoon klein. Maar dit jaar is het ozongat begin oktober nog groter dan voorgaande jaren.

Het is deels een seizoensfenomeen, dat samenhangt met het einde van de winter op de zuidelijk halfrond. Ozonafbraak heeft twee dingen nodig: zonlicht en zeer lage temperaturen. Die omstandigheden vallen samen aan het einde van de winter, als na de lange poolnacht de zon weer tevoorschijn komt, maar de temperaturen nog steeds heel laag zijn.

Ozon vormt een beschermende deken in de stratosfeer, op ongeveer 10 tot 50 kilometer boven de grond. Die deken beschermt de aarde tegen ultraviolette straling van de zon. Door de uitstoot van CFK's, chemische stoffen als chloor en broom, wordt de ozonlaag aangetast.

Ook mondiale opwarming kan (paradoxaal genoeg) ozonafbraak versterken

Door internationale samenwerking is de uitstoot van CFK's sinds de jaren negentig sterk teruggelopen. Deze gassen blijven echter zeer lang in de atmosfeer, waardoor de concentratie maar langzaam daalt en herstel van de ozonlaag vele tientallen jaren duurt.

Ook de mondiale opwarming kan een factor zijn, zo denken klimaatonderzoekers. Broeikasgassen als CO2 en methaan hopen zich op in het onderste deel van de atmosfeer, die daardoor langzaam steeds warmer wordt.

De ozonlaag bevindt zich boven deze opwarmende luchtlaag, waar warmte vanaf de aarde minder goed weet door te dringen - en die daarom juist afkoelt. Ook dat werkt ozonafbraak in de hand.