De staten Californië en Oregon langs de westkust van de VS hebben te kampen met de extreemste bosbranden sinds het begin van satellietwaarnemingen. In een verkiezingsjaar wordt vervolgens geprobeerd de oorzaken te polariseren. Is het nou klimaatverandering of slecht bosbeheer, zoals Trump beweert?

"Het is typisch zwart-witdenken. De toename van de bosbranden heeft in werkelijkheid niet een oorzaak maar twee, en die versterken elkaar." Dat zegt professor Guido van der Werf van de Vrije Universiteit, een specialist in de klimaateffecten van bosbranden, tegen NU.nl.

Op basis van satellietwaarnemingen concludeert hij dat de schaal van de branden uitzonderlijk is. Nooit eerder werden er zoveel branden waargenomen als dit jaar.

Klimaatverandering is een van de onderliggende oorzaken achter de Californische bosbranden, die al jarenlang toenemen. "Hittegolven nemen veel sterker toe dan je op basis van de gemiddelde temperatuurstijging verwacht. Dat geeft een gortdroge vegetatie, die makkelijker vlam vat."

Te snel blussen vergroot de omvang van de bosbranden

Maar, voegt Van der Werf toe, het is niet de enige oorzaak. In de VS speelt ook een paradoxale factor mee: bosbranden worden er te snel geblust. Hierdoor komen rustige seizoensbranden in de ondergroei veel minder voor. Als gevolg stapelen dode plantenresten in het bos zich steeds hoger op. "De Amerikanen noemen dat een fire deficit, een brandtekort. Als dan de hitte extreem toeslaat, zoals dit jaar, blijkt het tientallen jaren blussen van kleine branden dodelijk te zijn geweest."

Volgens de Wageningse bosbrandonderzoeker Cathelijne Stoof is het brandtekort een gevolg van te strenge blusrichtlijnen. In de VS moest jarenlang elke bosbrand officieel voor 10 uur 's ochtends de volgende dag geblust zijn. Daardoor ontbrak het aan rustige seizoensbranden die zo nu en dan het dode hout opruimen, met uiteindelijk een groter risico op megabranden tot gevolg.

"Voor bosbranden heb je altijd drie zaken nodig: een eerste vlam, brandstof en droogte. Maar kijk naar de Sahara, het droogste gebied op aarde: er zijn nooit bosbranden, om de simpele reden dat er geen begroeiing te vinden is."

Zowel Stoof als Van der Werf zeggen daarom dat het onmogelijk is om bij de extreme branden dit jaar één oorzaak als de grootste aan te wijzen. De factoren spelen in samenhang.

'Goede' bosbranden niet blussen om rampzalige te voorkomen

Toch blijft het gek om bos te willen beschermen door het te laten branden. Dat is toch juist het probleem?

"Het helpt om onderscheid te maken tussen goede en slechte branden", zegt Van der Werf. "Een goede brand gaat gecontroleerd door de ondergroei van het bos op het moment dat het niet extreem droog is of hard waait, zorgt voor vermindering van de dode plantenresten en kan het bos helpen te verjongen."

"Een slechte brand is een brand die te heet, te snel of te groot is, en bijvoorbeeld ook de boomtoppen verbrandt in een bos met boomsoorten die daar niet tegen bestand zijn", vervolgt Stoof.

Mediterrane bossen groeien steeds moeilijker terug

Bij dergelijke massale branden is het volgens de onderzoekers steeds vaker de vraag of het oorspronkelijke bos nog kan teruggroeien.

En daar speelt volgens Van der Werf klimaatverandering weer een rol: het bosherstel wordt gehinderd door de toename van hitte en droogten. "De situatie in de VS lijkt op die in Australië. De tijd dat we dichte bossen kunnen hebben in gebieden met een Middellandse Zeeklimaat is deels voorbij."

Dat is een stapsgewijs proces, zegt Stoof, dat ook weer samenhangt met het type bosbrand. "Sommige boomsoorten herstellen eenvoudig na kleine, rustige branden, maar hebben na een megabrand tientallen jaren nodig om vanuit zaden terug te groeien. Dan zie je bijvoorbeeld de oorspronkelijke naaldbossen plaatsmaken voor dwergeiken. Op andere plekken wordt het zelfs grasland."