Psychiaters en psychologen hebben een voorkeur voor face-to-facecontact met hun patiënten in plaats van gesprekken via beeldbellen. De ggz-behandelaars zien weinig in zorg op afstand, schreef NRC maandagavond op basis van onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht). Slechts 1 procent van de 592 ondervraagde ggz-behandelaars zegt beeldbellen te verkiezen boven echt contact.

Zelfs als digitaal behandelen net zo effectief blijkt als behandelen in levenden lijve, "lijken psychiaters en psychologen er simpelweg niet op te zitten wachten", concluderen de onderzoekers.

Voor de coronacrisis was minder dan 5 procent in de ggz gedigitaliseerd. Vanwege de coronamaatregelen moesten behandelaars noodgedwongen overstappen op een digitale behandelmethode, veelal in de vorm van beeldbellen. Maar op deze manier kunnen behandelaars bepaalde behandelmethoden niet toepassen, zeggen ze tegen de onderzoekers.

Ook patiënten zijn over het algemeen niet tevreden over het beeldbellen. Zo bleek uit onderzoek van MIND dat patiënten dat geen goede vervanging van face-to-facecontact vinden.

'Digitalisering in ggz als oplossing voor groeiende wachtlijsten'

Daarentegen zijn zorgverzekeraars wel enthousiast over de digitalisering in de ggz, schrijft NRC. Grote verzekeraars willen dat straks meer dan 15 procent van de ggz voor een belangrijk deel digitaal wordt verleend, zeggen ze tegen de krant. Meestal zal het hierbij gaan om een combinatie van online en reguliere behandelingen.

De digitalisering in de ggz is volgens de zorgverzekeraars een manier om de groeiende wachtlijsten weg te werken. Door digitale zorg te verlenen, kunnen mensen met lichtere klachten sneller geholpen worden en komt er ruimte vrij voor patiënten voor wie face-to-facecontact noodzakelijk is, aldus NRC.

Voor de coronacrisis stonden 90.000 mensen op de wachtlijst. Er wordt gevreesd dat de wachtlijsten de komende tijd nog blijven groeien.