Zelden was het in Nederland zo droog als in de zomer van 2018. Maar amper twee jaar later begint een nieuwe zomer met een nog groter neerslagtekort. Wat kunnen we eraan doen? En wat hebben we geleerd van de vorige droogte?

"We hebben zaken geleerd, maar twee jaar is kort om grootschalige veranderingen door te voeren", vertelt hydroloog Niko Wanders aan NU.nl. "Er ontstaan initiatieven, maar een structureel plan is er nog niet overal. We hebben vooral geleerd dat we ook in het natte Nederland echt kwetsbaar zijn voor droogte, en dat we ons erop moeten focussen."

Droogteperiodes komen niet uit de lucht vallen, maar bouwen geleidelijk op. Ze hangen niet van alleen neerslag en temperatuur af, maar ook van ons watergebruik. In plaats van ons erdoor te laten overvallen, kunnen we meer doen om ons erop voor te bereiden en tijdig te sturen, zegt Wanders.

Onvoldoende beeld grondwaterstanden en gebruik

Dat begint bij het signaleren van een dreigende droogte. "We moeten ervoor zorgen dat we altijd een actueel overzicht van de grondwaterstanden hebben. Omdat er lokaal grote verschillen optreden, vereist dat de aanleg van een fijnmazig netwerk."

"Nu hebben we een stuk of honderd meetstations die dagelijks het grondwater meten. Dat is eigenlijk te weinig voor een dekkend beeld. Ook moeten we proberen betere langetermijnverwachtingen te maken van de waterstanden in de grote rivieren. Grondwaterstanden in Duitsland en sneeuw in Zwitserland bepalen mede hoeveel water wij 's zomers in de Rijn hebben."

“We werken met vergunningen, maar het is vaak onduidelijk hoeveel water er wordt onttrokken en uit welke grondlagen of sloten. Daarnaast gebeurt het soms illegaal.”
Niko Wanders

Maar ook ons watergebruik moeten we volgens Wanders beter in kaart brengen. "We werken met vergunningen, maar het is vaak nog onduidelijk hoeveel water er wordt onttrokken en uit welke grondlagen of sloten. Daarnaast gebeurt het soms ook illegaal. Als we beter weten waar en door wie het water wordt gebruikt, kunnen we daar ook beter op sturen om verdere uitdroging te voorkomen."

2020 misschien droogste jaar ooit, en dit kunnen we eraan doen
311
2020 misschien droogste jaar ooit, en dit kunnen we eraan doen

Grootste problemen door gecombineerd watergebruik op oostelijke zandgronden

In droge periodes ligt het grootste extra watergebruik bij de akkerbouw. Terwijl de natuur ook water nodig heeft, maar daar wordt niet gesproeid. Verdroging is een van de grote problemen voor Nederlandse natuurgebieden en versterkt de schadelijke effecten van stikstofvervuiling en verzuring. In de afgelopen jaren ontstonden hierdoor vooral op de Nederlandse zandgronden problemen, bijvoorbeeld in Twente, de Achterhoek en grote delen van Noord-Brabant en Limburg.

“Er verdampt momenteel een halve centimeter water per dag uit het IJsselmeer, omdat de zon er vrij spel heeft.”
Niko Wanders

"Op locaties in het oosten van Nederland waar drinkwaterwinning plaatsvindt, boerenland is én natuur voorkomt, is het erg moeilijk de balans te bewaren. Al deze functies hebben nu extra water nodig, dat er onvoldoende is. Met de toenemende effecten van klimaatverandering verwacht ik daar ook de grootste droogteproblemen."

De oostelijke zandgronden hebben een doorlatende bodem en zijn vaak volledig afhankelijk van regenwater. De kustprovincies hebben naast regenwater de mogelijkheid om rivierwater binnen te laten. Toch dreigen ook daar volgens Wanders vaker tekorten aan zoet water: "We hebben enorme hoeveelheden rivierwater nodig om ervoor te zorgen dat het zoute zeewater niet via de Rotterdamse haven Nederland binnenloopt en bijvoorbeeld drinkwaterinlaatpunten bedreigt."

"Op de zeer lange termijn heeft daarmee juist ook het westen van Nederland een toenemend probleem, omdat de druk van het zoute water hoger wordt door zeespiegelstijging."

Inrichting van waterbuffers kan droge periodes opvangen

Een deel van de oplossing zit in betere opslag van regenwater. Daar zouden in Nederland speciale waterbuffers voor moeten worden ingericht. Die hebben we wel, maar zijn nu juist bedoeld om hoog water op te vangen, legt Wanders uit. Ook die blijven nodig, omdat zomerse neerslag grilliger wordt - als het eenmaal regent, kan er in korte tijd meer uit de hemel vallen. Maar 'droogtebuffers' moeten eigenlijk nog van de tekentafel komen.

"De voornaamste die we nu hebben is het IJsselmeer. Maar die is niet heel efficiënt: er verdampt momenteel een halve centimeter water per dag uit, omdat de zon er vrij spel heeft. De beste opslag is daarom ondergronds, en het liefst dicht in de buurt van de grootste droogteproblemen, want het is te duur om water heen en weer te pompen."

"Te denken valt aan natuurgebieden met hogere grondwaterstanden. In de Hollandse waterleidingduinen doen we het al op een kleine schaal - die duingebieden hebben tegenwoordig een hogere grondwaterstand, waardoor daar een grotere bel zoet water zit. Dat zorgt voor drinkwater en houdt verzilting tegen. Ook op de oostelijke zandgronden zouden we eigenlijk zulke droogtebuffers moeten inrichten."