'Tien aanslagen al-Qaeda voorkomen'

WASHINGTON - De Verenigde Staten hebben sinds 11 september 2001 samen met partners drie terroristische aanslagen in de VS zelf en zeven elders voorkomen. Dat zei de Amerikaanse president Bush donderdag in een rede in Washington.

Bush stelde in zijn toespraak zoals gebruikelijk 'de oorlog tegen terreur' centraal. Die moet volgens hem worden gewonnen. Deze oorlog werd begonnen na een serie bloedige aanslagen in het noordoosten van de VS in september 2001.

Netwerk

Doelwit van de Amerikanen zijn figuren die ervan worden verdacht achter die of toekomstige aanslagen te zitten. Zij worden vaak als het netwerk al-Qaeda aangeduid. Voorts richten de VS zich op landen in het Midden-Oosten waarmee het land al lange tijd conflicten had.

Bush noemde in zijn rede uitdrukkelijk Syrië en Iran. "Staten zoals Syrië en Iran hebben een lange geschiedenis van steun aan terroristen en ze verdienen geen geduld van de slachtoffers van de terreur. (..) Wie zich met terreur verbindt is een vijand van de beschaving", zo waarschuwde Bush.

Front

De VS vielen in maart 2003 Irak aan. De oorlog die sindsdien in dat land woedt, is volgens Bush "het centrale front in de strijd tegen de terroristen". Volgens schattingen van onafhankelijke waarnemers van de webpagina www.bodycount.org zijn in Irak inmiddels alleen al onder burgers tussen de 26.000 en 30.000 doden gevallen.

Bush beklemtoonde dat in Irak radicale krachten zijn gaan vechten die eerder probeerden gewapenderhand de macht in Egypte, Saudi-Arabië, Pakistan en Jordanië te veroveren. Afghanistan wisten ze enige tijd in hun macht te brengen. "Deze terroristen beschouwen Irak als het centrale front tegen de mensheid en wij moeten Irak als het centrale front tegen de terreur zien," aldus Bush.

Tip de redactie