DEN HAAG - De politie mag binnenkort persoonskenmerken filteren uit DNA-sporen die op de plaats van een delict zijn aangetroffen. Op basis hiervan kan vervolgens een profielschets worden gemaakt van een onbekende dader. Op die manier is de identiteit van de mogelijke dader makkelijker te achterhalen.

Dit bleek donderdag tijdens een debat met minister Donner van Justitie in de Tweede Kamer. Deze onderzoeksmethode is volgens de Kamer vooral nuttig bij het oplossen van ernstige delicten waarbij geen ooggetuigen aanwezig waren. Het is vooralsnog alleen mogelijk om iemands geslacht en om in sommige gevallen het ras vast te stellen.

Binnenkort zal het technisch ook mogelijk zijn de kleur van het haar en de ogen te achterhalen. Die gegevens mogen dan nog niet worden gebruikt, maar de Kamer voelt er veel voor dit wel alvast te regelen.

Snelle biologische ontwikkelingen maken het zelfs mogelijk op termijn een volledig signalement te schetsen. Een Kamermeerderheid vindt echter dat heel duidelijk moet zijn dat alleen kenmerken uit het DNA mogen worden gefilterd die van belang zijn voor het strafrechtelijk onderzoek. Erfelijke afwijkingen mogen bijvoorbeeld niet uit het celmateriaal worden gezeefd.

De Kamer praat volgende week verder met Donner.