Het aantal Nederlandse studenten aan de universiteit dat zegt enkel vakken in het Engels te krijgen, is sinds 2016 "beduidend" toegenomen. Dit terwijl het maatschappelijk draagvlak hiervoor afneemt, meldt de Taalunie dinsdag in een nieuw rapport.

De Taalunie publiceerde voor de tweede keer een rapport over de staat van de Nederlandse taal, waarvoor een online enquête werd afgenomen onder ruim 3.500 Nederlanders.

In 2016 zei 10,4 procent van de Nederlandse universiteitsstudenten enkel vakken in het Engels te krijgen, taalvakken daargelaten. Dat percentage steeg in 2018 naar 20.

Ook nam het verdere gebruik van Engels aan Nederlandse universiteiten toe: studiemateriaal is vaker uitsluitend beschikbaar in het Engels en studenten gebruiken het Engels zelf nog meer in papers en voor onderling contact.

Aan Vlaamse universiteiten ziet de Taalunie een veel mindere mate van 'verengelsing'.

De Taalunie meldt ook dat het maatschappelijk draagvlak voor onderwijs in een andere taal dan het Nederlands tussen 2016 en 2018 afnam van 60,9 procent naar 54,4 procent.

'Verengelsing' onderwijs ligt onder vuur

De zogenaamde 'verengelsing' van het hoger onderwijs is al enige tijd onderwerp van verhitte discussie. Eerder deze maand stelde onderwijsminister Ingrid van Engelshoven voor dat als instellingen in het hoger onderwijs een substantieel deel van hun opleiding in het Engels willen gaan aanbieden, ze in de toekomst eerst moeten aantonen dat dit van meerwaarde voor de student is.

Volgens de minister is "de groei van het aantal Engelstalige opleidingen en internationale studenten dusdanig dat het hoger onderwijs te veel onder druk komt te staan". Op den duur kan daardoor zelfs de "toegankelijkheid van het onderwijs voor Nederlandse studenten" worden bedreigd.

Het voorstel kwam nadat een meerderheid van de Tweede Kamer zich in januari verzette tegen de opmars van het Engels in het hoger onderwijs. In maart deden nog eens ruim 180 hoogleraren, schrijvers en prominente Nederlanders in de Volkskrant een oproep aan de Tweede Kamer om de verengelsing van het hoger onderwijs tegen te gaan.