Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven eist dat de Islamic University of Applied Sciences Rotterdam (IUASR) binnen drie maanden afstand neemt van discriminerende uitspraken van haar rector. Anders verliest de hogeschool haar erkenning.

Rector Ahmet Akgündüz deed in 2018 op de Turkse televisie uitspraken over aanhangers van de islamtische geestelijke Fethullah Gülen. Die waren haatzaaiend, concludeert een commissie die de uitlatingen in opdracht van de minister onderzocht.

Akgündüz zei tijdens de tv-uitzending dat de plegers van de couppoging in Turkije in 2016 volgens de islamitische leer de doodstraf mogen krijgen: "Jullie mogen met deze lui doen wat jullie willen", voegde hij daar later aan toe.

De rector hield aanhangers van Gülen verantwoordelijk voor de coup; zij zijn een van de belangrijkste mikpunten van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan.

Akgündüz hield tot dusver vol dat hij niet zijn eigen mening over de toestand in Turkije gaf, maar slechts de Koran uitlegde.

Hogeschool stapt naar de rechter

De IUASR moet op de website en met een advertentie in een landelijke krant duidelijk maken dat ze niet achter de uitspraken staat. Doet de instelling dit niet binnen drie maanden, dan verliest ze haar recht om graden uit te delen, zegt Van Engelshoven.

De hogeschool is voorlopig niet van plan zich naar de waarschuwing te schikken en zal de rechter vragen het ultimatum van de minister te verwerpen.

'Waarschuwing op zijn plaats'

De waarschuwing is "nu op zijn plaats", zegt Van Engelshoven, omdat onderwijsinstellingen zich horen in te zetten voor "de bevordering van het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef van hun studenten". Volgens de wet houdt dat onder meer in dat de school en vertegenwoordigers daarvan geen discriminerende uitspraken doen, aldus de minister.

In juni ontnam Van Engelshoven de lesbevoegdheid van een andere islamitische hogeschool in Rotterdam: de Europe Islamic University of Applied Sciences (EIUAS). De instelling had faillissement aangevraagd en functioneerde op financieel en bestuurlijk vlak onvoldoende.