AMSTERDAM - Een op de vier hasjgebruikers die op een willekeurige dag in een coffeeshop te vinden is, is psychisch afhankelijk van hasj of wiet. Dat is één van de conclusies van Antenne 2001, het jaarlijks onderzoek van de Jellinek naar alcohol en drugsgebruik onder Amsterdamse jongeren. Het onderzoek werd vrijdag in Amsterdam gepresenteerd.
Jellinek

Dit jaar heeft de Jellinek onderzoek gedaan naar cannabisgebruik. Cannabis is al jaren de meest populaire drug onder jongeren, op alcohol na.

Vorig jaar juli zijn 230 bezoekers van Amsterdamse coffeeshops ondervraagd. Niet alle coffeeshopbezoekers blijken te blowen: 12 procent heeft de afgelopen maand niet geblowd. Degenen die dat wel deden, besteedden daar gemiddeld 130 euro per maand aan. Tweederde van de blowers rookt dagelijks gemiddeld vijf joints.

De hasjgebruikers beginnen gemiddeld rond hun zestiende jaar met roken. Gemiddeld zijn de coffeeshopbezoekers 27 jaar. Volgens de blowers is een "prettige" bijkomstigheid van roken een vreetkick (73 procent) en dansen (38 procent). Negen procent heeft wel eens paniekaanvallen en paranoia ervaren.

Eenvijfde van de gebruikers zegt negatieve gevolgen van het blowen te ondervinden. Naast psychische moeilijkheden zijn dat lichamelijke klachten of problemen met school en werk. Over het gebruik van andere drugs valt het de Jellinek op dat het narcosemiddel GHB zich steeds verder verspreid onder het uitgaanspubliek. De ontremmende werking van GHB geeft een gebruiker een losser gevoel in de omgang met vrienden en onbekenden. Cocaïne blijkt steeds vaker ook thuis te worden gebruikt in plaats van in het café of in een discotheek.