'Kwaliteit gezondheidszorg Nederland slecht'

NIJMEGEN - Het is niet goed gesteld met de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland. De tijd dat deze sector in internationaal opzicht bekend stond als geweldig en goed georganiseerd, is voorbij.

Dat stelde prof. dr. G. Vooijs vrijdag tijdens zijn afscheidscollege in Nijmegen. Vooijs was decaan aan de medische faculteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen en decaan en vice-voorzitter van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud (UMC).

Volgens Vooijs is het imago van de medische stand ernstig beschadigd. Als Nederland tot de wereldtop wil behoren op het gebied van gezondheidszorg zijn grote investeringen nodig. Volksvertegenwoordiging en overheid hebben onderwijs en onderzoek te lang sterk verwaarloosd.

Academische ziekenhuizen verdienen een eigen financieringsconstructie om daarmee opleidingen en topklinische zorg ook in de toekomst te kunnen blijven garanderen, aldus Vooijs.

Makkelijk

De scheidende decaan zegt dat het te makkelijk is om álle schuld van de falende zorg bij overheid en politiek te leggen. Volgens hem hebben de ouder wordende specialisten het ook zelf laten gebeuren. Ze waren steeds slecht georganiseerd en hebben te weinig oog gehad voor de arbeidsomstandigheden van jonge collega's.

Vooijs noemt het schandalig dat de universiteit als werkgever nog steeds veel te weinig heeft geregeld op het gebied van kinderopvang, ouderschapsverlof en deeltijdbanen. "Het jonge talent lekt weg naar het buitenland. Nederland zou talentvolle jonge onderzoekers de zekerheid van een academische loopbaan moeten bieden. Het is bizar dat een bedrijf dat zoveel met jonge mensen werkt juist voor hen zo tekortschiet in de sociale sfeer", aldus de decaan.

Vooijs heeft ook veel kritiek op specialisten die krampachtig aan hun eigen autonomie willen vasthouden: "De vrijheid van de individuele medicus is tot in het absurde gehonoreerd."

De decaan wil dat er landelijke, uniforme regels komen voor behandeling en diagnostiek bij patiënten. Dat komt de effectiviteit van de zorg ten goede en werkt kostenbesparend, waardoor er meer tijd overblijft voor persoonlijke omgang met de patiënt. Een controlerende organisatie zou specialisten die toch hun eigen gang gaan op de vingers moeten tikken.

Tip de redactie