De Oranjevrouwen staan inmiddels in de halve finale van het WK voetbal, een prestatie van formaat. De kijkcijfers zijn meer dan prima. Maar de massahysterie, pleinen met duizenden fans en straten vol oranje vlaggetjes, blijft uit. Hoe komt dat?

"Ik ken niemand die de halve finale woensdag bij een vriend of in de kroeg gaat kijken", stelt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. "Dat is opvallend, want er is geen eerder wereldtoernooi waarmee we de huidige prestaties kunnen vergelijken. In 2015 werden we in Canada al in de achtste finales uitgeschakeld."

Het gebrek aan collectief enthousiasme, dat er tijdens het EK voetbal voor vrouwen in 2017 'meer' was, heeft volgens hem twee redenen. "Allereerst speelt het zich dit jaar af in een ander land. Twee jaar terug voetbalden de Oranjevrouwen in Nederland; dat effect mag je niet onderschatten."

Maar bovenal komt het doordat het vrouwenelftal nog geen 'echte' geschiedenis heeft, vindt hij. "Het échte succesvolle en betaalde voetbal voor vrouwen bestaat pas een jaar of tien. Er zijn nog geen tradities waar we ons aan kunnen vasthouden."

'De naam Oranjevrouwen moet je verdienen'

Volgens Van de Vooren wordt er daarom al gauw de vergelijking gemaakt met de mannen, die vaker dezelfde prestaties kunnen overleggen. "In het mannenvoetbal wordt van elke scheet een orkaan gemaakt; alles wordt opgeblazen."

Om tot eenzelfde reputatie te komen moeten de vrouwen vaker goede prestaties neerzetten op grote toernooien, stelt hij. "Dat ze Oranjevrouwen genoemd worden is leuk, maar die naam moet je verdienen. Zo'n titel wordt niet vastgelegd op een congres en journalisten en de media kunnen je die naam niet toeschrijven."

De voetballende vrouwen moeten in dat opzicht nog een inhaalslag maken ten opzichte van bijvoorbeeld de tennissters. "Bij die sport worden prestaties van vrouwen nooit vergeleken met die van de mannen. Daar hebben de vrouwen al voldoende geschiedenis opgebouwd om over te praten, ongeacht het geslacht van de sporter."

De Oranje-parade in Valenciennes (Foto: ANP)

'De voorpret ontbrak'

Dit beaamt traditiedeskundige Ineke Strouken. "Een traditie moet groeien", legt ze uit. "Bij het mannenvoetbal begin je al met straten versieren en parafernalia kopen ver vóórdat het toernooi überhaupt begonnen is."

Voorpret is zo belangrijk voor de collectieve beleving. "Dat hebben we met de vrouwen nog helemaal niet gehad; het lijkt iedereen een beetje te overvallen dat de Oranje Leeuwinnen het zo goed doen. Gemeenten hadden er helemaal geen rekening mee gehouden dat ze nu opeens grote schermen op pleinen zouden moeten plaatsen."

“In de collectieve beleving blijft vrouwenvoetbal vooralsnog tweede garnituur”
Hans van de Sande - massapsycholoog

Er speelt nog een ander probleem mee in de collectieve beleving van vrouwenvoetbal, aldus massapsycholoog Hans van de Sande van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). "Ik zeg er met klem bij dat ik het er niet mee eens ben", stelt hij vooraf. "Maar in de collectieve beleving blijft vrouwenvoetbal vooralsnog tweede garnituur. Vrouwen hebben vaak het gevoel dat zij voor minder worden aangezien. En in fysiek opzicht zijn ze ook minder sterk dan mannen. Dat is een biologisch gegeven waar je weinig aan kan veranderen; er zijn niet voor niets aparte competities voor beide seksen."

'In competitiedrang leggen vrouwen het af'

De Oranjevrouwen profiteerden in het begin van een grote gunfactor, stelt Van de Sande. "Ze speelden niet vals, ze vertoonden geen haantjesgedrag. Ze straalden op een positieve manier amateurisme uit. Maar nu het meer gaat om het winnen in plaats van de lol van het spelen, moeten ze in de collectieve beleving gewoon wedijveren met de mannen. En dan leggen de vrouwen het in het spel en de competitieve drang, en dus de spanning en het nationale beloningsgevoel bij winst, af tegen de mannen."

Natuurlijk is Nederland trots op de prestaties van het vrouwenteam, voegt de massapsycholoog daar aan toe. "We zijn chauvinistisch genoeg om ervan te genieten. Kijk maar naar de kijkcijfers. Maar het voelt allemaal toch niet helemaal echt aan."

Kijkcijfers vergeleken

  • Bij het laatste eindtoernooi van de mannen in 2014 keken ruim 8 miljoen Nederlanders naar de achtste finale tegen Mexico. De kwartfinale tegen Costa Rica trok 7,4 miljoen kijkers.
  • De vrouwen trokken vorige week in de achtste finale tegen Japan 3,5 miljoen kijkers. Zaterdag keken 2,7 miljoen Nederlanders naar de kwartfinale tegen Italië.

Oorlog en strijd is historisch gezien van oudsher ook een mannenzaak, betoogt de Van de Sande. "Het gaat om trots, om eer: voetbal is oorlog! Dat gevoel krijgen de meeste mensen niet bij de vrouwen. Het is vooral leuk om naar te kijken en we worden er vrolijk en blij van. Maar een hype of hysterie genereert het WK vrouwen niet bij ons."

Van de Sande herhaalt nogmaals dat het "waanzin is dat mannen serieus denken dat zij superieur zijn. Maar dat idee is in vele eeuwen zo gegroeid en zal niet zomaar verdwijnen."

Oranjevrouwen Lieke Martens, Vivianne Miedema en Sherida Spitse (Foto: Getty Images)

Oranjevrouwen kunnen zich geen terugval veroorloven

Een traditie moet inderdaad de tijd krijgen om te groeien; zoiets gebeurt niet in een paar weken, waarschuwt Strouken. "Omdat de vrouwen dit jaar heel goed presteren, zal bijvoorbeeld de commercie er volgende keer óók eerder op inspringen."

En juist door het ontbreken van de genoemde (lange) geschiedenis, is het zaak dat er nu geen terugval komt. Veel zal volgens de traditiedeskundige afhangen van de eerstvolgende toernooien, zoals de Olympische Spelen van volgend jaar waarvoor de ploeg zich geplaatst heeft. "Ze zullen het goed moeten blijven doen om zich in ons collectieve hart te nestelen. Bij het mannenvoetbal zijn er ook generaties over heen gegaan; die passie is een gevoel dat ook van vader op zoon wordt overgedragen."

Sporthistoricus Van de Vooren denkt dat de populariteit van het vrouwenvoetbal zeker gaat stijgen de komende jaren. "Het besef bij de media is er, er is er voldoende aandacht aan besteed. Als ze blijven meedoen aan grote toernooien en goede resultaten boeken, dan volgt de positieve belevenis bij de Nederlanders vanzelf."