Na 31 jaar hervat Japan de commerciële walvisjacht. Het besluit is internationaal gezien zeer omstreden. Ook op NUjij - het discussieplatform van NU.nl - krijgt het land veel kritiek. Waarom weigert Japan zijn harpoenen neer te leggen?

Hoewel er kritiek van internationale organisaties is, werd in Japan enthousiast gereageerd op het hervatten van de commerciële walvisjacht. De vloten zijn bewapend met harpoenen waarmee tot aan het einde van dit jaar honderden walvissen worden gedood.

Jeroen Hoekendijk, marine bioloog en walvisexpert van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), plaatst een kanttekening bij het nieuws. "Het lijkt nu alsof Japan een lange tijd niet op walvissen heeft gejaagd, maar sinds de walvisjacht is verboden, is Japan doorgegaan met de walvisjacht, zowel in zijn eigen territoriale wateren als in internationale zeeën."

De Nisshin Maru, het moederschip van de Japanse 'onderzoeksvloot'. (Foto: AFP)

Walvisjacht voor 'wetenschappelijke doeleinden'

De jacht op walvissen wordt gereguleerd door de International Whaling Commission (IWC). In 1986 is door de deelnemende landen van het IWC afgesproken dat er niet meer commercieel op walvissen gejaagd wordt; het zogenoemde moratorium. Een uitzondering binnen dit moratorium is de jacht op walvissen voor onderzoeksdoeleinden, een optie waar Japan veelvuldig gebruik van maakte.

Japan heeft zich meerdere malen uitgesproken als fel tegenstander van het verbod. Volgens Japan wordt er door het land alleen gejaagd op walvissoorten die niet met uitsterven worden bedreigd.

Maar waarom is de jacht zo belangrijk voor Japan? Volgens Hoekendijk zijn er twee aspecten. "Aan de ene kant consumeren ze in Japan graag walvisvlees, het is er een prestigeproduct. Aan de andere kant is het een soort vaderlandse trots; ze doen het al honderden jaren."

Internationaal is er veel kritiek geweest op de jacht onder het mom van wetenschappelijk onderzoek, zowel door verschillende ngo's als door overheden. In 2014 oordeelde het Internationaal Gerechtshof in Den Haag dat de jacht in de Zuidelijke Oceaan op Antarctische dwergvinvissen niet werd gedaan voor wetenschappelijk onderzoek, maar neerkwam op commerciële jacht.

In 2018 stapte Japan uit het samenwerkingsverband omdat er volgens het land onvoldoende ruimte was om het jagen bespreekbaar te maken.

Het verbod op commerciële walvisjacht is in Japan opgeheven. (Foto: AFP)

Walvissoorten waar weinig over bekend is lopen gevaar

De belangrijkste consequenties hiervan zijn dat Japan geen walvissen meer kan jagen in internationale wateren, omdat dit in strijd zou zijn met verschillende andere internationale verdragen. Aan de andere kant betekent dit echter dat Japan nu walvissen kan jagen in de eigen territoriale wateren en in de exclusieve economische zone (EEZ), zonder dat het daarvoor verantwoording hoeft af te leggen aan de IWC.

Hoekendijk maakt zich grote zorgen over het feit dat Japan intensief in eigen wateren gaat vissen. "Er leven in de Japanse wateren twee groepen dwergvinvissen, de zogenaamde J-stock en O-stock. Deze twee groepen verschillen morfologisch, genetisch en qua gedrag van elkaar. Vooral over de J-stock is relatief weinig bekend. Wanneer er geen onderscheid tussen deze populaties wordt gemaakt, bestaat er een groot risico dat de J-stock onevenredig hard wordt geraakt."

Daarnaast loopt de J-stock ook om andere redenen gevaar. "Deze populatie wordt ook hard geraakt door bijvangst in netten, zowel in Japan als in Zuid-Korea. In beide landen is het legaal om deze bijvangst commercieel te verkopen. We zien dat een deel van het aangeboden vlees niet verklaard kan worden door de gerapporteerde cijfers; er is dus ook een illegale handel in deze met netten gevangen walvissen", aldus Hoekendijk.

Maandag zijn zeker twee walvissen gevangen. (Foto: AFP)

Ook positieve kanten

Meike Scheidat, walvisonderzoeker bij Wageningen Marine Research en lid van het wetenschappelijke comité van de IWC, maakt zich net als Hoekendijk zorgen over de populaties in Japanse wateren. "Maar hoe dubbel het ook is, er zitten ook positieve kanten aan." Nu Japan geen lid meer is van de IWC, mag het land niet meer in internationale wateren jagen. "De energie die we voorheen in Japan staken, kunnen we goed voor andere projecten gebruiken."

De IWC werd in 1946 opgericht om de walvisjacht te reguleren, zodat iedereen van de vangst kon blijven profiteren. Tegenwoordig ligt de focus juist op bescherming. Zo zijn er, naast de jacht, veel andere factoren die de walvis bedreigen, waaronder de vele plastic deeltjes in de oceanen en de bijvangst van walvissen in visnetten.

Of de IWC zich met Japan gaat bemoeien, weet Scheidat nog niet. "We zouden een onderzoek willen doen om te kijken of de Japanse jacht wel duurzaam is. Maar hoe? Dat is nog niet duidelijk."