Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met het wetsvoorstel van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) om de vervroegde vrijlating van veroordeelden met een langdurige celstraf tot maximaal twee jaar te verkorten.

Alle partijen in de Tweede Kamer, met uitzondering van PvdD, stemden in met het wetsvoorstel.

Op dit moment is het zo dat veroordeelden met bijvoorbeeld een celstraf van achttien jaar na twaalf jaar onder voorwaarden vrij komen. Bij een straf van dertig jaar zit de veroordeelde twintig jaar vast, maar staat hij of zij wel de resterende tien jaar onder toezicht van justitie.

Het kabinet vindt dat het huidige systeem "de geloofwaardigheid van een straf aantast" en "het rechtvaardigheidsgevoel ondermijnt". Daarnaast is het kabinet van mening dat de wijze waarop gevangenisstraffen worden uitgevoerd niet altijd kan rekenen op draagvlak binnen de samenleving en bij slachtoffers en nabestaanden.

De vervroegde invrijheidstelling wordt gemaximeerd op twee jaar en er zal voortaan vanaf de eerste dag van detentie gewerkt worden aan de resocialisatie en re-integratie van gevangenen.

Brede kritiek op plannen

Het plan van VVD-minister Dekker stuitte aanvankelijk nog op brede kritiek. De Raad van State, de juridisch adviseur van het kabinet, waarschuwt dat het beperken van de termijn van vervroegde vrijlating - en daarmee ook het verkorten van duur van de begeleiding - de re-integratie van veroordeelden geen goed zal doen. "Het vergroot het risico aanzienlijk dat juist de zwaarste categorie veroordeelden vrijkomt zonder enige vorm van begeleiding", luidt de kritiek.

Ook benadrukt de Raad van State dat "het merendeel van de geconsulteerde instanties", zoals de Raad voor de Rechtspraak, Reclassering Nederland en Orde van Advocaten, erop wijst dat de termijn van twee jaar "te kort is voor een zorgvuldige en verantwoorde terugkeer in de samenleving".

'Risico op kortere straf'

Bovendien bestaat het risico dat gedetineerden ervoor kiezen om de vervroegde vrijlating, en de bijbehorende begeleiding, naast zich neer te leggen en de extra twee jaar uit te zitten.

In Kamerdebatten werd Dekker erop gewezen dat rechters in het vaststellen van de straf al rekening houden met het feit dat veroordeelden na twee derde vrijkomen. Wanneer een rechter dus achttien jaar oplegt, wil de rechter dat de veroordeelde twaalf jaar vastzit.

GroenLinks, SP en FVD waarschuwden de minister er vorige week nog voor dat het voorstel kan leiden tot lichtere straffen. Geen twaalf jaar plus vier jaar onder toezicht van justitie, maar twaalf jaar plus twee jaar.

Ook waren er vragen over de noodzaak van de nieuwe wet. Uit onafhankelijk onderzoek van de Erasmus Universiteit is gebleken dat het huidige stelsel "adequaat" functioneert.

Nadruk op resocialisatie vanaf dag één

Na de kritiek op het voorstel toornde Dekker weliswaar niet aan de maximumtermijn van twee jaar, maar kondigde hij wel aan dat gedetineerden vanaf de eerste dag van hun straf met de resocialisatie moeten beginnen en vrijheden met goed gedrag moeten verdienen.

Een gevangene die zich gedurende de detentie misdraagt, kan een vervroegde vrijlating vergeten.

De Eerste Kamer moet zich nog over de wet buigen. Gezien de ruime meerderheid in de Tweede Kamer lijkt het erop dat Dekker zijn wet zonder problemen door de senaat kan loodsen.