DEN HAAG - In het onderzoek naar de moord op Nienke Kleiss is bijna alles fout gegaan dat fout kon gaan. De baas van het Openbaar Ministerie, H. Brouwer, kenschetste het verloop van het onderzoek en de vervolging in deze zaak als "eens en nooit meer". De commissie die het optreden van politie en justitie onderzocht in de moordzaak van Nienke, concludeert dat er sprake is van een aaneenschakeling van slordigheden en beoordelingsfouten.

Advocaat-generaal F. Posthumus presenteerde het onderzoek dinsdag. De bevindingen van de commissie zijn voor de top van het OM reden om procureur-generaal H. Bolhaar voor november een programma van verbeteringen op het terrein van de opsporing en vervolging te laten opstellen. Die verbeteringen moeten het komend voorjaar binnen het gehele OM zijn ingevoerd, inclusief de organisatie die toezicht houdt op de naleving hiervan.

Onwaarheid

Volgens de onderzoekscommissie is er in de zaak-Nienke onvoldoende rekening mee gehouden dat "ook iemand die een bekentenis aflegt, een onwaarheid kan spreken" en zijn er al in het begin van het onderzoek fouten gemaakt bij het verzamelen en bewaren van technische sporen. Zo werd het lichaam van het vermoorde meisje al weggehaald, voordat op de plaats van het misdrijf technisch onderzoek op het lichaam was verricht.

"Het lichaam van Nienke is in een lijkzak gestopt waardoor bij aankomst bij het NFI sprake was van veel vochtontwikkeling", legt Posthumus uit. "Hierdoor zijn veel sporen verloren gegaan of zijn ze vervaagd." Het weinige bewijsmateriaal dat over was, pleitte tegen de betrokkenheid van verdachte Kees B.. "Dit kon makkelijk terzijde worden geschoven omdat de analyse van het DNA-materiaal niet ondubbelzinnig in de richting van een ander wees.

Tegenstrijdigheden

Ten onrechte is na de bekentenis van B. niet verder gerechercheerd om tegenstrijdigheden in zijn verklaring te onderzoeken". Verder was het onderzoek volgens de rapportage na de aanvankelijke bekentenis alleen nog gericht op verdachte B. en te weinig op het misdrijf. Ook is niet systematisch gezocht naar tegenstrijdigheden tussen de verschillende aanwijzingen en ontbrak een goede tactische planning. Daarbij was een kritische blik afwezig, waardoor soms eerder gemaakte fouten niet zijn opgemerkt en hersteld.

"Korps- en parketleiding hebben onvoldoende de organisatie van tegenspraak gestimuleerd om eventuele onvolkomenheden in het onderzoek te voorkomen of tegen te gaan", licht Posthumus toe. "Bij de inrichting van het tactisch onderzoek is nagelaten toetsmomenten en tegenspraak te organiseren".

Ook is Maikel, het kameraadje van Nienke dat de gruwelijkheden overleefde, als kroongetuige niet serieus genomen. Posthumus noemde het opvallend dat gedragsdeskundigen bij de rechter aangaven dat zij Maikels getuigenis, die ontlastend was voor B., niet serieus namen.

Netwerk

Het OM erkent overigens dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) twijfels had bij het gevonden DNA. Volgens het rapport is het "positief te waarderen dat medewerkers van het NFI hun twijfels hebben geuit".

Het televisieprogramma Netwerk stelde vorige week dat het OM en het NFI mogelijk cruciaal bewijsmateriaal hadden achtergehouden. DNA-onderzoek zou hebben aangetoond dat B. niet de moordenaar van Nienke kon zijn. Het OM zou dat hebben geweten en B. toch hebben vervolgd.

H. Brouwer, de hoogste baas van het OM, zei dinsdag wederom dat het OM niet bewust DNA-bewijs heeft achtergehouden, maar dat er wel "onmiskenbaar fouten zijn gemaakt in deze zaak". Hij vond dat ook de twijfels over de schuld van B. beter aan de rechter hadden kunnen worden voorgelegd.

De rechtbank in Rotterdam veroordeelde B. in 2001 tot achttien jaar cel voor de moord op Nienke Kleiss en de poging tot doodslag van Maikel. Het gerechtshof in Den Haag legde hem in 2002 dezelfde straf op. In 2004 bekende Wik H. de moord. De rechtbank in Rotterdam veroordeelde H. in april 2005 tot twintig jaar gevangenisstraf en tbs. B. kwam na vier jaar vrij.