Slachtoffers Bijlmerramp zien liever geld dan erkenning

AMSTERDAM - Hij was al 21 jaar ambulancechauffeur op het moment dat zich op 4 oktober 1992, bijna tien jaar geleden, een Boeing in twee flats in de Bijlmer boorde. Urenlang stond hij op tien meter afstand van de vuurzee en ademde hij rook en dampen in. Zestien maanden later werd er een kwaadaardige tumor uit zijn nek verwijderd en bleken allerlei organen het te begeven.

Evert-Jan Wallenburg is een van de getroffenen van de Bijlmerramp, maar werd nooit als zodanig erkend omdat een direct verband tussen zijn kwakkelende gezondheid en de ramp niet aan te tonen viel.

Tot het Hulpfonds Bijlmerramp in het leven werd geroepen op initiatief van het ex-kamerlid Rob van Gijzel. Dat was niet bedoeld voor het vervangen van verloren gegaan huisraad en woonruimte, maar voor het compenseren van kosten door problemen "van het hart en hoofd", zegt fondsvoorzitter Paul van Vliet. Wallenburg kreeg slechts het basisbedrag van 4000 gulden.

"Ondanks dat ik daarin ben teleurgesteld, ben ik niet boos op hen. Ze erkenden ons als slachtoffer en hadden goede bedoelingen." Dat laatste, zegt Van Vliet, bleek eigenlijk de belangrijkste functie van het Hulpfonds. Rijk zal niemand er van worden en geen geldbedrag kan al het leed ongedaan maken, maar de erkenning voelt toch als een pleister op de wond. In het boekje Move on/Doorgaan dat deze week verschijnt, legt het Hulpfonds verantwoording af over het werk.

2800 mensen

Vanaf januari 2000 dienden 2800 mensen een aanvraag in. Driekwart was afkomstig van bewoners, 8 procent van hulpverleners en 18 procent van bezoekers. Bijna 1957 mensen kregen een basisuitkering van 4000 gulden. In totaal betaalde het Hulpfonds ,25 miljoen euro uit.

De hoogte van de uitkeringen stemde niet altijd vrolijk. Van Vliet: "Er was een bepaald verwachtingspatroon ontstaan door wat er voor mensen in Enschede en Volendam wèl uit kwam. Men dacht dat het Hulpfonds er was om eindelijk ook slachtoffers van de Bijlmerramp genoegdoening namens de Nederlandse staat te geven.

Daarom keken veel mensen raar aan tegen de bedragen, hoewel voor de meesten de erkenning als slachtoffer toch het zwaarst bleek te wegen." Het geld was niet meer dan een stoffelijke blijk van die erkenning.

Ontbreken verband

Bij de helft van de afwijzingen ontbrak een verband tussen de gemaakte kosten en de problemen. Zo kon iemand wel aantonen dat hij een ticket had gekocht naar Suriname, maar niet dat hij daar hulp zocht voor problemen na de Bijlmerramp. Ook sneuvelden veel aanvragen van mensen die puur lichamelijke klachten hadden. De kosten die ze daarvoor maakten vielen niet onder de werkingssfeer van de regeling. Het Hulpfonds stond volkomen los stond van het grote medische onderzoek. Dat leidde tot veel onbegrip onder getroffenen.

Bijna onvermijdelijk waren er ook nu mensen die probeerden een graantje mee te pikken. Van Vliet: "Alleen belanghebbenden kwamen in aanmerking. Niet de mensen die zeiden: Ik wil geld hebben, want ik ben wezen kijken." Wie een uitkering hoger dan het basisbedrag van 4

gulden wilde hebben, tot een maximum van 21.000 gulden, moest met bonnen kosten kunnen aantonen die niet eerder waren vergoed. Van de 675 mensen die erom vroegen, kregen er 274 een hoger bedrag toegekend; gemiddeld 5.400 gulden.

Frans Zevenhoven was als maatschappelijk werker betrokken bij de intakegesprekken. "Ik kon bijna letterlijk de emoties van de persoon tegenover me voelen. Soms kostte het mij ook moeite om mijn ogen droog te houden."

Winti

Toch slaagde hij erin om zakelijk te blijven. "Mensen moesten me er wel echt van kunnen overtuigen dat ze gedupeerd waren door de ramp." Hij kreeg de meest uiteenlopende verzoeken op zijn bord. Van een man die een reis naar Parijs vergoed wilde krijgen omdat zijn psychiater dat had aanbevolen. Of van een Surinamer die in zijn land een wintibehandeling wilde ondergaan. "Als hun behandelend psychiater de noodzaak van die ondernemingen onderschreef, dan kregen ze die kosten vergoed", zegt Van Vliet.

Evert-Jan Wallenberg probeert zijn leven zo goed en kwaad als het gaat weer op de rails te krijgen. Op de minuut af acht jaar na de ramp, op 4 oktober 2000 om vier minuten over half zeven, sloot hij zijn verleden af en opende zijn eigen dierenwinkel. "Maar zo'n winkel kost geld en met mijn medisch verhaal was er geen bank die me als ondernemer krediet wilde geven. Ik heb me in de schulden moeten steken", schrijft hij in Move on/Doorgaan.

"Toch vind ik dat ik recht heb op geld. Mijn gezondheid ben ik kwijt en daarom is de enige genoegdoening een financiële tegemoetkoming." Met anderhalve ton is hij uit de schulden, zegt Wallenberg. "Dan kan ik weer verder met mijn leven."

Tip de redactie