Cameratoezicht in cel Volkert van der G. toegestaan

AMSTERDAM - Het cameratoezicht in de cel van Volkert van der G., de verdachte van de moord op Fortuyn, is niet onrechtmatig. Dat heeft de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtspleging en Jeugdbescherming geoordeeld.

De advocaten van Van der G. zijn "zeer teleurgesteld" over het oordeel van de beroepscommissie. Donderdagmiddag overleggen ze met Van der G. of er bij het Europese hof voor de rechten van de mens in Straatsburg een klacht wordt ingediend tegen de Nederlandse staat.

Hongerstaking

De raadslieden konden donderdag nog niet zeggen wat de gevolgen zijn voor de hongerstaking van Van der G. De 33-jarige Hardewijker eet sinds 12 juli niet meer uit protest tegen onder meer de aanwezigheid van een camera in zijn cel.

Eerder had de Raad zich uitgesproken tegen de aanwezigheid van camera's in de cel van Van der G. Dat betrof echter de situatie tot begin juli. Met een noodmaatregel verruimde toenmalig minister van Justitie Korthals daarna de mogelijkheden om gedetineerden met camera's te observeren.

Op basis van deze nieuwe regelgeving verlengde de directie van het huis van bewaring Demersluis het cameratoezicht. De Commissie van Toezicht van Demersluis bepaalde eind juli dat onder de nieuwe regels het cameratoezicht wel geoorloofd is. De advocaten van Van der G. gingen tegen de uitspraak in beroep bij de Raad voor Strafrechtspleging.

Ook de beroepscommissie stelt de advocaten in het ongelijk. De nieuwe regeling heeft voldoende basis in de huidige wetgeving over het gevangeniswezen, oordeelt ze. De noodmaatregel is in de ogen van de Raad niet in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De voorwaarde die in de nieuwe regeling wordt gesteld aan cameratoezicht, dat bij schade aan de gezondheid van de gedetineerde grote maatschappelijke onrust kan ontstaan, biedt volgens de Raad voldoende houvast.

Cameratoezicht betekent weliswaar een aanzienlijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de gedetineerde, maar maakt zijn behandeling nog niet onmenselijk of vernederend, aldus de beroepscommissie.

Tip de redactie