DEN HAAG - De open brief die de voorzitter van het college van procureurs-generaal H. Brouwer dinsdag heeft geschreven aan de hoofdofficieren van justitie over de verwikkelingen in de zaak-Nienke Kleiss, is geen schuldbekentenis.

Het Openbaar Ministerie (OM) houdt vast aan het standpunt dat niet bewust voor de verdachte ontlastend DNA-bewijsmateriaal is achtergehouden. Wel vindt het OM, na evaluatie, dat de rechter in kennis gesteld had moeten worden over de gerezen twijfels over de schuld van verdachte Cees B.. Dat zou de taak zijn geweest van advocaat-generaal Renckens, die in hoger beroep namens het OM met de zaak was belast. Het OM vindt nu dat zij de raadsheren van het gerechtshof in Den Haag ter zitting had moeten informeren over die twijfels.

Onder de pet

J. Taekema, een van de advocaten van Cees B., noemt de brief van Brouwer een schuldbekentenis, die de kans op aangifte tegen betrokken OM-medewerkers alleen maar heeft vergroot. In de brief benadrukt Brouwer dat er in het onderzoek fouten zijn gemaakt. Juist daarom heeft het OM besloten het onderzoek te evalueren. Het rapport hierover zal naar verwachting op korte termijn openbaar worden gemaakt.

Uit het conceptrapport blijkt niet dat het OM willens en wetens resultaten van het DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) "onder de pet" heeft willen houden, schrijft Brouwer. Wel blijkt dat er verschillen van inzicht hebben bestaan tussen de onderzoeker en de deskundige, de opsteller van het DNA-rapport van het NFI zoals dat in het strafdossier is terechtgekomen.

DNA-sporen

De rapporteur wilde de verdergaande conclusies van de onderzoeker niet in zijn rapport overnemen. De rapporteur vond deze conclusies wetenschappelijk gezien niet betrouwbaar genoeg. Hierbij gaat het om DNA-sporen die op het lichaam van Nienke zijn gevonden en op de veter waarmee zij is gewurgd.

Veter

De sporen op de veter waren aangetast doordat deze nog geruime tijd om de hals van het slachtoffertje heeft gezeten en pas op het NFI is losgeknipt. Zij zijn onderzocht met een nieuwe methode, met grote onbetrouwbaarheidsmarges.

In de NFI-rapportage is uiteindelijk alleen melding gemaakt van de sporen waarover onderzoeker en deskundige het qua betrouwbaarheid wèl eens waren. Deze zaten op een laars van Nienke en in het nagelvuil van het meisje.

Twijfels

Bij het NFI rezen er gaande het onderzoek twijfels over de schuld van B. Het instituut sprak daarover met zowel de zaaksofficier als, later, de advocaat-generaal. Volgens Brouwer hebben beiden die twijfels "meegewogen", maar heeft het hun overtuiging dat B. de dader was niet veranderd. "Achteraf bezien was het beter geweest, die twijfel ook aan de rechter over te brengen", aldus Brouwer.

Over de inmiddels veelbesproken sporen op de veter heeft het OM "nadrukkelijk" aan het NFI gevraagd of het dadersporen waren, zegt een woordvoerder van Brouwer. "Het NFI kon daarover geen uitsluitsel geven", aldus de woordvoerder.