DEN HAAG - Minister Van der Hoeven van Onderwijs krijgt een 4,4 voor haar beleid en uitvoering tijdens de eerste twee jaren van Balkenende 2. Dit blijkt uit een rapport dat is gebaseerd op een onderzoek uitgevoerd door de Radboud Universiteit Nijmegen.

Voor dit onderzoek gaven ongeveer 500 mensen uit het basis-, voortgezet- en hoger onderwijs hun mening over het beleid van de bewindsvrouw, aldus de Algemene Onderwijsbond donderdagochtend vroeg. Van der Hoeven scoort lager dan haar voorgangers Hermans en Ritzen, die respectievelijk een 5,1 en een 5,2 behaalden.

Respondenten waren veelal negatief over het verminderen van de investeringen in allochtone achterstandsleerlingen, het moeten herzien van de basisvorming zonder het daarvoor benodigde geld voor de invoering daarvan, en het schrappen van alle (ondersteunende) ID-banen.

Volgens Walter Dresscher, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond breken onder meer uitblijvende investeringen in het onderwijs en gebrek aan toekomstvisie de minister op. Naast de ontevredenheid over het beleid van de minister, is ook de liefde voor D66 onder het onderwijspersoneel sterk bekoeld. Kreeg de partij in 2003 nog 11 procent van de stemmen, daar is nu nog slechts 6 procent van over.

Regeldruk

Gevraagd naar de beste beleidsbeslissingen van de minister werden genoemd: de wens om de regeldruk te verminderen, meer ruimte voor de basisvorming, het afschaffen van het lesgeld en het investeren in autochtone achterstandsleerlingen. Gezien het rapportcijfer wegen de negatieve effecten van haar beleid veel zwaarder dan de positieve, aldus de onderzoekers.