DEN HAAG - De verschillen tussen Nederlanders nemen sinds 2002 weer toe. Waren mensen met een smalle beurs en een lage opleiding hun achterstanden tot die tijd aan het inlopen, in 2004 lijkt die inhaalrace tot staan gebracht. Vooral stellen met kinderen, jongeren en laagopgeleiden hebben moeten inleveren op de kwaliteit van hun leven.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) schrijft dit in het rapport De sociale staat van Nederland dat maandag is aangeboden aan voorzitter van de Tweede Kamer Weisglas. Het SCP heeft aan de hand van onder meer de woonsituatie, gezondheid, sportbebeoefening, het bezit van dure spullen, en vakanties vastgesteld wat de leefsituatie van de Nederlanders is.

Tussen 1993 en 2004 zijn de Nederlanders er allemaal op vooruitgegaan, al zijn sommige groepen er beter vanaf dan anderen. In het algemeen zijn het de middengroepen die sinds 2002 met een slechtere leefsituatie te maken krijgen. Het SCP spreekt van "opvallende trendbreuken". De laatste drie jaar is het aantal mensen met een slechte leefsituatie gestegen, terwijl er juist minder Nederlanders zijn die in goede omstandigheden leefden.

Door de economische stagnatie, in combinatie met het overheidsbeleid, hebben sinds 2002 vooral jongeren tussen de 18 en 24 jaar, mensen met alleen basisonderwijs en stellen met kinderen moeten inleveren. Op vrijwel alle terreinen zijn zij erop achteruit gegaan, maar het SCP noemt bepaalde gebieden met name. Al deze groepen zijn minder gaan wonen. Mensen met kinderen hebben moeten inleveren op vakanties en sport, laagopgeleiden hebben minder vrije tijd en geld voor de dagelijkse boodschappen. Jongeren zijn er slechter aan toe omdat ze meer aan de zijlijn van de maatschappij blijven staan: ze doen bijvoorbeeld minder vrijwilligerswerk.

Ouderen

Maar er zijn ook groepen die er de laatste twee jaar verder op vooruit gingen, zoals mensen tussen de 65 en 74, alleenstaanden, mensen zonder kinderen, hoogopgeleiden en mensen die goed verdienen. "Zij weten in een periode van economische stagnatie en bezuinigingsmaatregelen hun situatie over de hele linie relatief te verbeteren", schrijft het SCP.

Het bureau stelt nog eens vast dat Nederlanders over hun eigen situatie meer te spreken zijn dan over de maatschappij waarin zij leven. Hun eigen leven krijgt een gemiddeld rapportcijfer van 7,6, de waardering voor de maatschappij daalde van een 6,6 naar 6,2. Uitgesplitst naar onderdelen als wonen, vakantie en mobiliteit zijn de rapportcijfers over het eigen leven in de loop der jaren vrij constant, alleen over de inhoud van hun portemonnee zijn de Nederlanders tussen 2002 en 2004 minder tevreden geworden.