DEN HAAG/BRUSSEL - De woningcorporaties moeten volgens de Europese Commissie een groot deel van hun huurhuizen verkopen. Omdat de corporaties nu met staatssteun verhuren aan mensen met een goed inkomen, is er volgens Brussel sprake van oneerlijke concurrentie met commerciële verhuurders.

Een Kamermeerderheid van CDA, PvdA, GroenLinks en SP vindt dat Brussel zich niet op deze manier met de Nederlandse volkshuisvesting moet bemoeien. De Kamerleden Depla (PvdA), Van Bochove (CDA) en Van Gent (GroenLinks) willen op korte termijn de kwestie doorspreken met minister Dekker van VROM. "We moeten kijken hoe we dit tij gaan keren. Want dat het tij gekeerd moet worden, is evident", aldus de CDA'er.

Nederlandse volkshuisvestingsmodel

Aedes, vereniging van woningcorporaties, is verbijsterd en wil een spoedoverleg met de minister. De brancheorganisatie vreest grote onrust onder de huurders. Zowel nationaal als internationaal zou juist waardering zijn voor het Nederlandse volkshuisvestingsmodel. Aedes stelt dat de kracht van het model vooral schuilt in de diversiteit van inkomensgroepen in corporatiewoningen.

Brief Kroes

De brief van eurocommissaris Kroes (mededinging) over de corporaties is half juli aan Dekker verstuurd, bevestigde een woordvoerster van het ministerie van VROM een bericht hierover zaterdag in de Volkskrant . Inhoudelijk wil zij niet reageren omdat het om een vertrouwelijk stuk gaat. "VROM vraagt zich wel af of dit grote consequenties heeft voor de volkshuisvesting in Nederland."

Dekker zal in oktober een brief aan de Tweede Kamer sturen over de toekomst van de woningcorporaties. Daarin komt ook het Nederlandse antwoord op de Brusselse brief aan de orde. Kroes heeft er problemen mee dat staatssteun (indirect) terechtkomt bij mensen met een goed inkomen. Huurders met een kleine portemonnee mogen van Brussel best worden gesteund.

Leningen

De corporaties in Nederland bezitten samen 2,4 miljoen huurwoningen. Het overgrote deel daarvan hebben ze in 1995 gekregen van het Rijk. Zij hebben ook voordeel ten opzichte van particuliere verhuurders, omdat zij goedkoop kunnen lenen en voor steun kunnen aankloppen bij het Rijk.

Dekker werkt aan meer marktwerking op de huurwoningmarkt. In stappen wil de minister voor een kwart van de huurhuizen de prijs laten bepalen door de markt. Nu geldt dat voor 5 procent van alle huurhuizen - meestal in de commerciële huursector. Voor deze zogenoemde liberalisering moet eerst het woningtekort in Nederland goeddeels zijn opgelost.

'Wild west-taferelen'

Als Brussel zijn zin krijgt, moet volgens PvdA'er Depla 65 procent van alle huurhuizen geliberaliseerd worden. "Onacceptabel", vindt ook CDA'er Van Bochove, die vorig jaar al grote moeite had met Dekkers voorstellen. Van Gent (GroenLinks) voorspelt "wild west-taferelen", omdat lagere- en middeninkomens nu al moeite hebben om een betaalbare woning te vinden door het tekort.

Vetorecht

De Kamerleden willen niet wachten op Dekkers brief in oktober. "Dan is de patiënt overleden. Het is nu alle hens aan dek", stelt Depla. SP-Kamerlid Van Velzen vindt dat Nederland "desnoods" zijn vetorecht moet gebruiken in andere kwesties om deze Brusselse bemoeienis in de kiem te smoren.

In verhouding tot het aantal inwoners telt Nederland het hoogste aantal sociale huurwoningen in de EU: 154 per duizend inwoners. In bijvoorbeeld Frankrijk (76) en Duitsland (22) ligt dat aandeel aanzienlijk lager, meldde directeur F. van Blokland van IVBN, de vereniging van institutionele beleggers in vastgoed, vorige maand nog.