AMSTERDAM - Irak gaat onverstoord door met de ontwikkeling van biologische en chemische wapens. Dat heeft de voormalig VN-wapeninspecteur Richard Butler verklaard voor een commissie van de Amerikaanse senaat. De senaatscommissie doet onderzoek naar de Iraakse dreiging en probeert een antwoord te vinden op de vraag of een militaire aanval noodzakelijk is om het regime van Saddam Hussein te verdrijven.

Irak hoopt verder ook nog de beschikking te krijgen over kernwapens, maar zal volgens Butler geen nuclaire wapens ter beschikking te stellen aan terreurbewegingen als al-Qaeda. Butler leidde een inspectiecommissie van de Verenigde Naties die na de Golfoorlog in 1991 moest toezien op de vernietiging van massavernietigingswapens in Irak. In 1998 moest hij het land verlaten, omdat het regime niet langer wilde meewerken aan de inspecties.

Nog een kans

Butler vindt dat Saddam Hussein nog een kans moet krijgen om wapeninspecteurs toe te laten, voordat besloten wordt tot een eventuele militaire actie. Hij verwacht niet dat Saddam met inspecties zal instemmen. Maar bij gebrek aan hard bewijs voor zijn wapenprogramma is dat volgens Butler de enige manier om een eventuele invasie in Irak te rechtvaardigen.

Verdeeldheid

Binnen de Amerikaanse regering heerst verdeeldheid over de manier waarop de Iraakse leider Saddam Hussein ten val zou moeten worden gebracht. In de discussie over een eventuele aanval lijken politici en militaire plannenmakers steeds verder tegenover elkaar te staan. De politici pleiten vooral voor vernieuwende plannen waarbij kan worden volstaan met de inzet van een kleine, effectieve troepenmacht, terwijl de militairen juist voor de inzet van een groot leger zijn.

Agressieve aanpak

Vooral vice-president Cheney en minister Rumsfeld van Defensie zouden voor een agressieve aanpak zijn waarbij veel manschappen worden ingezet. Volgens hen vormt Saddam Hussein een serieuze dreiging en is haast geboden.

Sceptisch

Minister Powell van Buitenlandse Zaken en directeur George Tenet van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA staan sceptisch tegenover een grootschalige militaire campagne. Ook vragen ze zich af wat er in Irak moet gebeuren als Saddam Hussein van het toneel is verdwenen. Volgens functionarissen die bij de besprekingen aanwezig zijn, wordt hier niet of nauwelijks over gepraat.

Aarzeling

Ook veel hoge militairen, met uitzondering van hoge officieren van de Marine en de Luchtmacht, zouden aarzelen een oorlog te beginnen. Veel onenigheid zou voortkomen uit de verschillende veronderstellingen over de vraag hoe een eventuele oorlog zou verlopen. "Er is geen juiste of een verkeerde manier. Het is moeilijk omdat je niet weet op welke landen je kan rekenen of wat de gevolgen in de regio zijn", aldus een hoge regeringsfunctionaris in Washington.

Bush

Of Bush overtuigd kan worden van een vreedzame aanpak, is twijfelachtig. Waarnemers houden er rekening mee dat hij tot een militaire actie zal besluiten, zelfs als het leger daar zwaarwegende bezwaren tegen heeft.

/NIEUWSBelangrijke rol voor Britten bij aanval in 2003 op Irak'VS bezig met voorbereiding oorlog tegen Irak'