NEW YORK - Door het optreden van het Israëlische leger in Jenin zijn in april 52 Palestijnen om het leven gekomen, van wie de helft burgers.

Voor dodentallen rond de 500, zoals door Palestijnse bron genoemd, is echter geen bewijs. Dat heeft secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties geschreven in een rapport dat donderdag is verschenen.

Israël heeft in Jenin 23 soldaten verloren, aldus Annan. De VN bekritiseren Israël voor het gebruik van zware wapens in een woongebied en voor het niet doorlaten van medische hulp. In het rapprt stellen de VN dat Israëlische militairen zeker drie keer een ambulance hebben beschoten, die hulp wilde verlenen.

Tegelijkertijd stelt de volkerenorganisatie vast dat ongeveer Palestijnse strijders de stad op de Westelijke Jordaanoever als uitvalsbasis gebruikten.

Ook stelt het rapport dat het Israëlische leger in Jenin te lang heeft gewacht met het verlenen van hulp aan de inwoners van de vluchtelingenkampen.

Het GroenLinks-Kamerlid Karimi zei in reactie op het VN-rapport dat Israël in Jenin oorlogsmisdaden heeft begaan door burgers te doden, huizen te vernielen en medische hulp aan gewonden tegen te werken.

Karimi bezocht Jenin begin mei. Volgens haar hebben de Palestijnen alleen "in het heetst van de strijd toen Jenin werd aangevallen door F-16's en Apache-helikopters" gezegd dat er honderden doden waren gevallen. "Toen ik daar was zeiden zowel de Palestijnse Autoriteit als de directeur van het ziekenhuis bij Jenin al dat er 52 doden waren."