GENEVE - De vertrekkende Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten, Mary Robinson, is opgestapt omdat de Verenigde Staten haar weg wilden hebben. Dat heeft zij dinsdag gezegd in een interview met het persbureau Reuters.

Robinson, die in september plaats maakt voor de Braziliaan Sergio Vieira de Mello, zei dat zij bereid was op haar post te blijven, maar dat er "veel verzet schijnt te zijn geweest van een enkel land."

Zaak in de steek laten

Robinson, die sinds 1997 als tweede de in 1994 gecreëerde functie van Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bezet, zei dat er heel wat veranderd is sinds zij begin vorig jaar tegen VN-secretaris-generaal Kofi Annan zei dat ze nog een jaar wilde aanblijven, tot het einde van haar vijfjarige ambtstermijn. "Het is moeilijker geworden wat betreft de mensenrechten. Ik ben niet iemand die de zaak zomaar in de steek laat."

Belangrijke landen

De secretaris-generaal van de VN heeft de bevoegdheid een Hoge Commissaris voor de Mensenrechten te benoemen. Maar het is gebruikelijk dat hij voor zijn keuze te rade gaat bij de belangrijkste landen. Robinson heeft de afgelopen tijd veel kritiek uitgeoefend op de VS, vooral over de militaire tribunalen die verdachten van de aanslagen op 11 september zouden moeten berechten. "Ik begrijp best dat de VS zeer getraumatiseerd zijn door 11 september en dat zij zichzelf beschouwden als in staat van oorlog. Dat betekende dat zij niet meer dezelfde nadruk legden op de mensenrechten en het was mijn taak uit te leggen dat mensenrechten in zo'n situatie juist belangrijker zijn."

Juist omdat de VS een voorvechter zijn geweest voor de mensenrechten en voor de oprichting van de VN-commissie voor de mensenrechten, vond Robinson deze ontwikkeling zo verontrustend.