DE KOOG - Op het strand van Texel is maandag aan het einde van de middag een zwaar verrot kadaver van een walvis aangespoeld. Dat is dinsdag bekendgemaakt door Ecomare, het centrum voor de Wadden en de Noordzee op Texel. Volgens Ecomare gaat het waarschijnlijk om een Noordse vinvis (balaenoptera borealis), het is in ieder geval een vrouwtje.

Als het om een Noordse vinvis gaat, is het de vijfde die ooit op de kust van Nederland aanspoelde, de laatste keer was in 1986 op de Maasvlakte.

Het kadaver is ruim zes meter groot en de kop ontbreekt. Volgens conservator A. Oosterbaan van Ecomare heeft het dier geruime tijd dood in zee rondgedreven, voor het op Texel aanspoelde. Ecomare heeft botten uit het skelet gehaald om de soort vast te stellen, zo liet Oosterbaan weten. Op grond van de botten en het aantal keelgroeven (44) concludeert Ecomare dat het vermoedelijk om een Noordse vinvis gaat.

Ontbinding

De kop is tijdens het drijven in zee afgescheurd, vermoedt de conservator. "De walvis dreef op zijn rug met de kop naar beneden, die scheurt dan na een tijdje af." Ecomare denkt dat de walvis, die even ten zuiden van de Sluftermond aanspoelde, inclusief kop ongeveer negen meter groot moet zijn geweest. Het dier verkeert in verregaande staat van ontbinding en is inmiddels van het strand verwijderd. In overleg met het Natuurhistorisch Museum Naturalis in Leiden is besloten het kadaver te vernietigen.

Noordse vinvissen komen in alle oceanen voor. Het dier leeft in tropische en gematigde zeeën. De zeezoogdieren mijden de poolgebieden en de ondiepe zeeën aan de kust. In de Atlantische Oceaan ten noorden van de Noordzee worden ze tot 14 meter lang, in zuidelijke oceanen tot 18,5 meter. De snelle zwemmers (tot 55 kilometer per uur) wegen tot 30 ton en leven van kleine kreeftachtigen (krill), vis en inktvis. Ze jagen in familiegroepen tot een kudde van vijftig dieren.

Walvisvaart

Noordse vinvissen hebben zwaar te lijden gehad van de walvisvaart. In 1979 is de soort beschermd verklaard. Omdat de dieren zich zelden aan de kust laten zien, is het onduidelijk in hoeverre de populatie zich heeft hersteld.