AMSTERDAM - Ongediplomeerd personeel, het ontbreken van een actieplan bij brand, slechte hygiëne en matig onderhouden oude panden zijn de meest voorkomende klachten over crèches, peuterspeelzalen en naschoolse opvanglocaties in de vier grote steden. Dit blijkt uit inspectierapporten uit Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht die door het Algemeen Dagblad zijn opgevraagd.
Algemeen Dagblad

Uit de rapporten blijkt dat vaak onzorgvuldig wordt omgegaan met 'kleine gevaren' voor kinderen zoals onbeveiligde stopcontacten, openstaande laden met keukenmessen, rondslingerende elektriciteitsdraden en ondeugdelijk speelgoed.

Geen EHBO

Ondanks dat het een vereiste is, beschikt een groot deel van de leidsters niet over een eerstehulpdiploma of kinder-EHBO. Uit het jaarverslag van 2001 van de GGD in Utrecht blijkt dat 14 locaties geen gekwalificeerde leidsters in dienst hebben; dat is acht procent van de 169 geïnspecteerde opvangplaatsen. Op 24 locaties ontbreekt het vereiste pedagogisch beleidsplan.

Gedogen

De inspecties worden meestal uitgevoerd door de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de opvang. Diezelfde gemeenten gedogen vaak gebreken, zegt de landelijke GGD. "Met name in de grote steden is het, door het tekort aan plaatsen, soms slecht gesteld met de kwaliteit", aldus AnneMarie Hiemstra van GGD Nederland in het Algemeen Dagblad.

"Kinderen worden opgevangen in een te kleine ruimte met te weinig leidsters. Aangezien voor de ouders geen alternatief bestaat, gedoogt de gemeente de situatie."

De eisen waaraan een kinderdagverblijf moet voldoen, zijn zeer streng. Zo kijkt de inspectie bijvoorbeeld naar kapstokhaakjes die - vanwege hoofdluis - 15 centimeter van elkaar moeten zijn bevestigd. Op 1 januari 2004 wordt de wet basisvoorziening Kinderopvang (WBK) van kracht. Daarin zijn voor het eerst landelijke, uniforme eisen vastgelegd.