DEN HAAG - Tienduizenden varkens worden komende week vernietigd. De varkenssector en het ministerie van Landbouw zijn vrijdag overeengekomen dat 27 varkenshouders die hun dieren voer hebben gegeven dat ernstig vervuild was met het groeihormoon MPA, hun varkens laten afmaken en het vlees laten vernietigen.

Het gaat om tenminste 50.000 varkens, zo heeft land- en tuinbouworganisatie LTO naar buiten gebracht. De EU had de 27 bedrijven voor de keuze gesteld de dieren een voor een te laten testen, of ze te laten afmaken, omdat proefslachtingen hadden aangetoond dat het vlees van de dieren nog MPA bevatte. Vrijdag kwam de sector in een overleg met het ministerie van Landbouw tot de conclusie dat testen te duur was. De tests kosten 200 euro per stuk, waardoor slacht daarna niet rendabel is. Bovendien weigeren veel supermarkten het vlees van deze bedrijven.

Blazoen zuiveren

LTO riep de varkensboeren dringend op hun dieren te laten doden. Zij zijn het niet verplicht, maar "het is zaak nu zo snel mogelijk ons blazoen te zuiveren," aldus C. van Gisbergen van de LTO. Minister Veerman (Landbouw) zal de kosten die de boeren maken voor het ruimen van de dieren en de aanschaf van nieuwe dieren voorfinancieren, zo had hij donderdag al laten weten. Zo wil hij varkenshouders voor een faillissement behoeden en de sector levensvatbaar houden. Het ministerie moet het geld wel terughebben. Het is nog niet bekend hoe groot de schade is.

Geen kopers

De Nederlandse Vakbond Varkenshouders beschuldigt de supermarkten ervan de boeren te dwingen hun dieren te laten afmaken. Zij weigeren vlees af te nemen van de 27 bedrijven die het zwaarst zijn getroffen door de MPA-crisis, aldus NVV-voorzitter W. van Gemert. Het testen is volgens hem het probleem niet. Naar zijn zeggen zijn die tests al te koop voor tussen de 50 en 100 euro en zijn de varkenshouders best bereid voor die kosten op te draaien. "Maar dan moeten we wel kopers hebben voor ons vlees," aldus Van Gemert. "Het Centraal Bureau voor de Levensmiddelen weigert domweg het vlees af te nemen, ook als dat goed door de test komt."

Export

Het CBL wijst die aantijging van de hand. Het gaat om vlees dat niet mag worden geëxporteerd. "Dat is ook niet goed genoeg voor de binnenlandse markt," aldus adjunct-directeur Roorda van het CBL. Bovendien heeft het CBL maar een heel beperkte invloed op de varkenssector. Van het Nederlandse varkensvlees gaat 80 procent naar het buitenland.

Noodfonds

De LTO probeert schadevergoeding te krijgen van de bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de besmetting van het veevoer en kijken of die kan worden gebruikt om de kosten van het schandaal te compenseren. Lukt dat niet, dan vormen het Productschap Diervoeder en het Productschap Vee en Vlees een noodfonds. Mengvoerbedrijven en veehouders draaien dan via heffingen op voor de kosten.

Zeven dagen schoon voer

De bedrijven die hun varkens laten vernietigen hebben zwaar vervuild veevoer gehad. Duizenden andere bedrijven hebben ook voer gekregen waarin MPA zat, maar in lichtere doses. Hier halen de leveranciers het voer weer op. Varkens van deze bedrijven kunnen naar de slacht als zij zeven dagen lang schoon voer hebben gehad. Met steekproeven wordt gecontroleerd of deze dieren geen sporen van MPA vertonen.

Zin

De Dierenbescherming vindt dat het ministerie het besluit moet heroverwegen. De dieren moeten gewoon worden geslacht voor consumptie. "Dan heeft het leven van de varkens nog enige zin gehad."