Er is geen omstandigheid denkbaar waarin het Verenigd Koninkrijk een tweede referendum houdt over de Britse uittreding uit de Europese Unie. Dat heeft premier Theresa May vrijdag laten weten, nadat staatssecretaris Jo Johnson van Transport opstapte uit onvrede met Mays plannen voor de Brexit.

"Het referendum in 2016 was het grootste democratische evenement in de geschiedenis van dit land", zei een woordvoerder van May. "We zullen in geen geval een tweede referendum houden."

Jo Johnson (46), de jongere broer van Conservatief partijicoon Boris Johnson, uitte bij de aankondiging van zijn vertrek harde kritiek op het Brexit-beleid van May. Die bestaan uit "waandenkbeelden", vindt hij. Johnson, die er in tegenstelling tot zijn oudere broer in 2016 voor stemde om lid van de EU te blijven, voorspelde "de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog" en drong aan op een tweede referendum.

Johnson is de veertiende politicus die een ministerspost heeft verlaten sinds november vorig jaar. Hij is niet de enige die May het vuur aan de schenen legt. Haar eigen Conservatieve Partij is tot op het bot verdeeld over de plannen.

Noord-Ierse gedoogpartner van May ligt ook dwars

De oerconservatieve Democratic Unionist Party uit Noord-Ierland, die het minderheidskabinet van May met de gedoogsteun van haar tien parlementariërs in het zadel houdt, liet vrijdag ook weten het huidige Brexit-voorstel niet acceptabel te vinden. Als daar een stemming over komt in het Lagerhuis, zal de DUP het plan niet steunen, zei partijleider Arlene Foster in een televisiegesprek.

Hoewel Brussel en Londen allebei zeggen dat de overeenkomst over de Brexit voor 95 procent compleet is, ligt er nog geen scheidingsdeal. Het moeilijkste punt in de onderhandelingen, de grens tussen Ierland en Noord-Ierland, blijft een breekpunt.

Naar verwachting zal de premier later deze maand een kabinetsbijeenkomst organiseren om haar eigen ministers van haar Brexit-plannen te overtuigen.