Zeven jaar na de sluiting is het Syrisch Nationaal Museum in Damascus op zondag heropend voor het publiek. Het museum werd kort na het uitbreken van de Syrische burgeroorlog gesloten uit angst voor plundering en vernietiging.

Meer dan 300.000 kunsthistorische voorwerpen werden op veilige plaatsen verborgen, vertelde toenmalig directeur van het museum Mamun Abdel Karim bij de heropening.

Het is een van de belangrijkste musea van het Midden-Oosten en werd in 1920 opgericht. De collectie is breed en bevat archeologische vondsten uit de prehistorie tot de Islamitische middeleeuwen.

In het museum bevindt zich ook een van de oudste alfabetten ter wereld op een kleitablet uit de veertiende eeuw voor Christus.

Syrië herbergt zevenhonderd archeologische vindplaatsen. Een groot deel daarvan is verwoest tijdens de burgeroorlog. De opening van het museum was ook een teken dat de veiligheid in de Syrische hoofdstad is hersteld.

Verwoesting van Palmyra door IS

Onder het bewind van Islamitische Staat (IS) werden veel eeuwenoude gebouwen en standbeelden verwoest, zoals in de stad Palmyra. Deze historische stad, die ook wel de 'Stad van Duizend Zuilen' genoemd, werd in mei 2015 veroverd door de terreurbeweging. De geschiedenis van de stad op de zijderoute voert terug tot duizenden jaren voor Christus. 

Palmyra ligt centraal in Syrië, ten oosten van de hoofdstad Damascus. De ruïnes van de stad staan op de Werelderfgoedlijst van de VN-organisatie voor cultuur UNESCO. Archeologen hebben er gereedschap gevonden dat stamt uit de nieuwe steentijd, 7500 jaar voor Christus.