AMSTERDAM - De informatie over de Europese grondwet die het kabinet verspreidde, was onduidelijk en rommelig. De ja-campagne lijkt daardoor 'meer kwaad te hebben gedaan dan goed'. Het Nederlandse 'nee' tegen de grondwet bij het referendum op 1 juni is daarom deels de verantwoordelijkheid van het kabinet zelf. Dat blijkt uit een vertrouwelijk kiezersonderzoek in opdracht van het kabinet, waarover de Volkskrant dinsdag schrijft.

Bekijk video:
Modem/ Breedband

Niet alleen zorgen over Europa speelden voor de Nederlandse kiezers een rol bij het referendum van 1 juni, ook onbehagen over het kabinet en de rol van de ministers in de campagne waren van belang. Vooral premier Jan Peter Balkenende (CDA) krijgt kritiek. Hij moet volgens de respondenten 'beter luisteren naar de burgers en de belangen van het volk beter vertegenwoordigen'.

Waarschuwingen

Ook de vice-premiers Gerrit Zalm (VVD) en Laurens Jan Brinkhorst (D66) moeten het ontgelden. Hun waarschuwingen voor economisch onheil bij een tegenstem werd beschouwd als dom en misplaatst. Ook het ontkennen van de dure euro door Zalm viel slecht.

Verder was er kritiek op het voorlichtingsmateriaal. De gratis verspreide grondwetkrant wordt 'ingewikkeld' genoemd en 'saai'. De later uitgegeven folder was te positief van toon. "Door de toonzetting wordt het wantrouwen tegen of angst voor de overheid in meerdere of mindere mate aangewakkerd", stelt het onderzoek.

Wantrouwen

In het algemeen bestaat veel wantrouwen jegens het kabinet, constateren de onderzoekers. De ondervraagden erkennen dat hun stem tegen de grondwet 'indirect ook een stem is tegen het huidige kabinet'.