DEN HAAG - Tweederde van de autochtone Nederlanders heeft nauwelijks contact met allochtonen. Ongeveer evenveel in Nederland geboren mensen vinden dat er te veel allochtonen in ons land wonen. Dat blijkt uit het vrijdag gepubliceerde rapport Uit elkaars buurt van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Autochtonen wonen vaak niet in de buurt van bijvoorbeeld Turken en Marokkanen, maar ze houden allochtonen ook liever op afstand, concludeert het SCP. Minderheden trekken steeds vaker naar de grote steden, waardoor de kans op contact met in Nederland geboren mensen afneemt. Randgemeenten zouden volgens het planbureau woningen beschikbaar moeten stellen aan stedelingen met lage inkomens om zo spreiding te bevorderen.

Turken en Marokkanen van de tweede en derde generatie hebben steeds minder sociale contacten met autochtonen. Een zorgelijke ontwikkeling, stelt het SCP. Dat komt mede doordat Turken en Marokkanen hun huwelijkspartners nog vaak uit het land van herkomst halen. De importbruiden- en bruidegommen verkeren meestal in de eigen gemeenschap.

Turken

Vooral de Turkse bevolkingsgroep is op zichzelf gericht. Twee van de drie Turken in Nederland hebben nauwelijks contact met autochtonen. Onder Marokkanen is dat 60 procent en onder Somaliërs 50 procent, aldus het SCP.

Vluchtelingen

Opvallend is dat vluchtelingen over het algemeen contact zoeken met autochtonen. Dat heeft volgens het planbureau te maken met hun relatief hoge opleidingsniveau en de geringe omvang van deze groep. Het gebrekkige contact tussen autochtonen en allochtonen hindert de integratie van minderheden, meent het SCP.

Turken beheersen bijvoorbeeld de Nederlandse taal het minst, omdat ze in hun vrije tijd nauwelijks met autochtonen omgaan. Een gebrekkige taalbeheersing is volgens het planbureau een ,,belangrijk obstakel'' voor de integratie van minderheden in de Nederlandse samenleving.