ULSAN - Een meerderheid van de landen van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) heeft Japan opgedragen geen walvissen te vangen voor zijn nieuwe wetenschappelijk onderzoeksprogramma. Daarmee heeft Japan zijn tweede nederlaag geleden op de IWC-jaarvergadering in het Zuid-Koreaanse Ulsan.

De resolutie kreeg woensdag de steun van dertig landen die de walvis verder willen beschermen. Ook Nederland heeft de oproep gesteund, aldus woordvoerder B. Bruggink van het ministerie van Landbouw vanuit Ulsan.

Walvissen

Japan wil het onderzoeksprogramma Jarpa-2 beginnen, waarvoor de komende jaren 2200 walvissen gevangen moeten worden. De vangst van de dwergvinvissen wil het opvoeren van 440 nu naar 850 per jaar. Daarnaast zijn jaarlijkse vijftig bedreigde vinvissen en vijftig kwetsbare bultruggen nodig voor het project.

Dinsdag haalde Japan bakzeil met zijn voorstel om commerciële walvisvangst onder voorwaarden weer toe te staan. De onvrede onder de Japanners over de uitkomsten van de jaarvergadering blijkt uit de reactie op de aanvaarding van de resolutie. De Japanse delegatie kondigde direct aan door te gaan met het onderzoeksprogramma, meldt Bruggink. Ook zeiden de Japanners volgend jaar terug te komen met meer landen die voor de walvisvangst zijn, zodat zij een meerderheid krijgen voor hun voorstellen.

De wetenschappelijke walvisvangst is het grote lek in het huidige IWC-verdrag. Landen hebben geen toestemming nodig van de commissie om de zeezoogdieren te vangen voor onderzoek. Ze kunnen daar zelfstandig toe beslissen. Japan kan zodoende de resolutie eenvoudig naast zich neerleggen.

In de praktijk belandt het vlees van de walvissen uit de onderzoeksprogramma's deels alsnog in de supermarkten en restaurants. De IWC-landen stemden woensdag ook over het opzetten van reservaten voor walvissen in het zuiden van de Atlantische Oceaan. Dat voorstel is afgewezen. Voor een dergelijk besluit is een meerderheid van driekwart van de stemmen nodig.