Na de Brexit moet Nederland op zoek naar nieuwe bondgenoten. Dat valt te lezen in een vrijdag gepubliceerd advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) op aanvraag van de Tweede Kamer.

Van oudsher zit Nederland op één lijn met de Noord-Europese landen, de Benelux en de Baltische Staten, maar die vormen geen meerderheid binnen de EU. Daarom moet de blik worden gericht op betere samenwerking met grote lidstaten als Spanje en Italië.

Nederland kon binnen Europa vaak rekenen op de steun van het Verenigd Koninkrijk als het ging over plannen voor handel, de Europese meerjarenbegroting of om pro-Europese plannen van Frankrijk en Duitsland af te remmen.

De lidstaten staan voor veel nieuwe uitdagingen zoals migratie, klimaat en veiligheid. Nu die steun wegvalt door de Brexit, moet Nederland op zoek naar nieuwe bondgenoten binnen de Unie, staat in het advies.

De Spanjaarden en Italianen worden door de Adviesraad "niet op voorhand gelijkgezinden" genoemd,  maar samenwerken is "zowel wenselijk als noodzakelijk".

'Met Brexit verliest Nederland een belangrijke bondgenoot'

Op klimaatterrein zou Nederland zich meer moeten richten op Zweden ,Finland, Frankrijk, Duitsland en  de Benelux.

Wanneer er over economische samenwerking en de euro wordt gedebatteerd, doet Nederland er goed aan met name de Duitsers en Fransen te vriend te houden.

"Met de Brexit verliest Nederland in het Verenigd Koninkrijk een bondgenoot op belangrijke terreinen als de interne markt, de handelspolitiek en een doelmatig begrotingsbeheer", schrijft de Adviesraad.

Met de meerjarenbegroting voor de EU voor de jaren 2021 – 2027 in het vooruitzicht,  moet er vanwege het vertrek van de Britten rekening mee worden gehouden dat er minder geld wordt afgedragen. Die rekening komt op het bordje van de overige lidstaten te liggen.

De Adviesraad vindt dat Nederland zich in die discussie moet scharen bij de groep van "zuinige moderniseerders".

Dat betekent dat Nederland bij het opstellen van de begroting strenge voorwaarden moet stellen zoals een goed functionerende rechtsstaat van de lidstaten, betere samenwerking op het gebied van migratie en een vereenvoudiging van de begroting. Dat laatste kan worden bereikt door de forse landbouwsubsidies te verlagen.