ROERMOND - Het Bureau Jeugdzorg in Roermond wist al twee jaar van de problemen in het gezin, waarvan vrijdag zes kinderen door een brand stierven. Pas vorige maand schakelde Jeugdzorg de kinderbescherming in. Jeugdzorg stelt een intern onderzoek in naar de gang van zaken.

Dat heeft J. Van Harten, lid van de Raad van Bestuur van Bureau Jeugdzorg, dinsdag bevestigd. Al in 2000 kreeg Jeugdzorg signalen van opvoedingsproblemen in het gezin aan de Jupiterstraat in Roermond.

Na de eerste meldingen heeft Jeugdzorg enkele malen contact opgenomen met het gezin, maar de ouders vonden toen geen hulp en begeleiding bij de opvoeding nodig.

",We hebben de afgelopen twee jaar geprobeerd om op vrijwillige basis hulp op gang te brengen", zegt Van Harten. "Een maand geleden werd die uiteindelijk echt in gang gezet, met instemming van de ouders."

Brand

Jeugdzorg schakelde twee weken geleden na overleg met andere hulpverleningsorganisaties en de ouders de Raad voor de Kinderbescherming in. Die was net begonnen aan een onderzoek van de gezinssituatie, toen de noodlottige brand afgelopen vrijdag zes van de zeven kinderen het leven kostte.

De 34-jarige vader van de kinderen zit in een politiecel op verdenking van (poging tot) moord of doodslag en brandstichting, en heeft inmiddels bekend.

Bureau Jeugdzorg heeft twee weken geleden bij de Raad niet gemeld dat er sprake zou zijn van een crisissituatie, bevestigt Van Harten. In dat geval had de Raad al binnen enkele dagen de kinderrechter kunnen inschakelen.

Die had een voorlopige voorziening kunnen treffen, waarbij het gezin onder toezicht van een voogd was gekomen. Omdat er geen signalen van een crisis waren, besloot de Raad slechts tot een onderzoek. De ouders kregen hierover een brief. "Wij meldden de situatie als zorgelijk aan, niet als kritiek", bevestigt Van Harten.

Jeugdzorg hoopt op zeer korte termijn de Inspectie Jeugdhulpverlening, de provincie Limburg (die Jeugdzorg subsidieert) en Justitie op de hoogte te kunnen stellen van de resultaten van het interne onderzoek.