HILVERSUM - Van de Nederlandse militairen die de val van de moslimenclave Srebrenica meemaakten, had na terugkeer 40 procent psychische hulp nodig. Dat staat in het boek "Herinneringen aan Srebrenica - 171 soldatengesprekken", dat dinsdag aan minister Kamp van Defensie wordt aangeboden. Het NOS-Journaal had maandag al een interview met de schrijvers.

Doordat tweederde van de Dutchbatters niet meer voor Defensie werkt, ontbrak het tot dusver aan een duidelijk beeld hoe het hun vergaan is in de tien jaar na "Srebrenica". In het boek staat ook dat drie fotorolletjes, die belastend zouden zijn voor de Serviërs die de enclave binnenvielen, zijn verdwenen. Het gaat om rolletjes, die militairen hebben ingeleverd bij particuliere ontwikkelcentrales.

Opzet

In 1995 ging een fotorolletje, dat beelden van gruweldaden zou bevatten, verloren in een laboratorium van de Koninklijke Marine. Boze tongen beweerden dat dit de landmacht goed uitkwam. Het zou gaan om een fout van een laborant en na onderzoek werd opzet niet bewezen.

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie zegt dat minister Kamp er alles aan doet om de oud-Dutchbatters goede nazorg te geven, maar dat het in veel gevallen gaat om BBT'ers, mensen met een contract voor enkele jaren, die de dienst verlaten hebben.

Hij betreurt het dat de militairen niet met hun verhaal over de fotorolletjes naar het NIOD, het instituut voor oorlogsdocumentatie, zijn gegaan. Het NIOD heeft jarenlang onafhankelijk onderzoek gedaan naar de val van Srebrenica.

Verloren

Bij de drie fotorolletjes in het boek gaat het om twee militairen. Een van hen zegt veertien rolletjes ingeleverd te hebben bij een ontwikkelcentrale van Kodak, maar dat hij er slechts dertien terug kreeg. De andere zegt dat één rolletje dat hij inleverde bij Fuji verloren ging en een ander rolletje, dat hij bij Kruidvat liet ontwikkelen.