SOESTERBERG - Turkse en Marokkaanse imams die een specifieke inburgeringcursus hebben gevolgd, willen actiever deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Dat is de belangrijkste conclusie van een imamconferentie, die zaterdag en zondag in Soesterberg werd gehouden.

De islamitische geestelijken gaven aan zelf meer contact te willen zoeken met moslimorganisaties, lokale overheden en andere maatschappelijke organisaties. "Dit is absoluut nieuw", zegt A. Ljamai, docent aan de Theologische Faculteit Tilburg. "Hieruit blijkt dat de specifieke inburgeringcursus voor imams zijn vruchten afwerpt."

Meer steun

Wel vinden de imams dat er iets tegenover hun inspanningen moet staan. Ze willen meer steun van de Nederlandse staat. Dat geldt met name als het gaat om het wegwerken van taalachterstanden. Ook is het belangrijk dat de media minder negatief schrijven over imams. "Ze zijn niet allemaal radicaal. Er zijn ook progressieve imams", aldus dagvoorzitter Ljamai.

Sinds 2002 bestaat er een specifieke inburgeringcursus voor imams, een aanvulling op de standaard inburgeringcursus voor allochtonen. Deze moet blijven bestaan, ook als er een Nederlandse imamopleiding komt, vindt M. Sini, de voorzitter van de stichting Islam en Burgerschap.

Waardevol

"De Nederlandse imamopleiding moet er komen voor hoogopgeleide moslims die al in Nederland wonen. Voor buitenlandse imams is de specifieke inburgeringcursus waardevol", aldus Sini.

De conferentie met als thema 'Ontmoeting der tradities' werd georganiseerd door de stichting Islam en Burgerschap en trainingsinstituut Kontakt der Kontinenten. Zo'n zeventig imams die het specifieke inburgeringsprogramma voor geestelijke bedienaren hadden gevolgd, kwamen op de conferentie af.