RABAT - Marokko is niet van plan de militairen van het eilandje Perejil te halen. Dat heeft de Marokkaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mohamed Banaissa, maandag tegen de pers gezegd. Hij voegde eraan toe dat de regering alle diplomatieke middelen wil gebruiken om het geschil met Spanje op te lossen.

Marokko bezette het Spaanse eiland in de Straat van Gibraltar voor de kust eind vorige week. Het land onderstreept daarmee zijn aanspraken op alle Spaanse gebiedsdelen in mediterraan Noord-Afrika: Ceuta, Melilla en ten oosten van Melilla; de drie Chafarinas eilandjes en de 'vuurtoreneilandjes' Penón de Vélez de la Gomera en Penón de Alhucemas.

Spanje liet maandag weten geen genoegen te nemen met de Marokkaanse verklaring. Premier Aznar blijft erbij dat de Marokkaanse soldaten die vorige week voet aan wal zetten op Perejil moeten vertrekken. De Spanjaarden krijgen in het conflict met Marokko steun van de Europese Unie. De Arabische Liga neemt het juist voor Marokko op.

Aznar wees er in zijn jaarlijkse toespraak tot het parlement op dat zijn land belangrijke handelsrelaties heeft met Marokko. Hij liet daarmee doorschemeren dat Spanje zou kunnen overgaan tot handelssancties. De EU is Marokko's belangrijkste handelspartner en Spanje neemt een groot deel van de handel voor zijn rekening.

Spanje heeft vier oorlogsschepen richting Perejil gestuurd. De schepen moeten de Spaanse enclaves in de regio beschermen. Toen Marokko in 1956 onafhankelijk werd, hield Spanje de souvereniteit over de enclaves Ceuta (vlakbij Perejil) en Melilla. Maar Marokko kan niet leven met de Spaanse controle over enkele rotseilanden, waaronder Perejil. Het eilandje heeft de omvang van enkele voetbalvelden en er woont niemand.