UTRECHT - Van de ongeveer 200 miljoen euro die de actie Help slachtoffers aardbeving Azië heeft opgeleverd, is ruim 47 miljoen euro uitgegeven aan projecten. In totaal is er ruim 86 miljoen euro bestemd voor projecten. Naar schatting hebben de SHO met hun projecten ongeveer drie miljoen mensen bereikt.

Bekijk video: Modem/ Breedband

Dat hebben de Samenwerkende Hulporganisaties vrijdag gemeld in een tussenrapportage over de periode tot 30 april. Van het totale bedrag aan publieksdonaties is 187.100.523 euro overgemaakt aan organisaties die hulpprojecten steunen. Op dit moment staat er nog een bedrag van 6.052.347 euro op giro 555. Hoewel de actie is afgesloten, maken particulieren zo nu en dan nog geld over.

Toezicht

Een onafhankelijke commissie onder leiding van oud-staatssecretaris en oud-president van de Rekenkamer Henk Koning gaat vanaf 1 juli toezicht houden op de besteding van de hulpgelden. De SHO willen geregeld blijven rapporteren over de voortgang van de hulp en willen in december middels een publieksevenement laten zien hoe de getroffen gebieden er een jaar na de tsunami voorstaan.

De hulporganisaties kwamen in actie, nadat op 26 december de golven van een tsunami de kusten van Zuid-Oost Azië en Somalië hadden geteisterd. Daar gingen twee aardbevingen aan vooraf. De ravage was enorm, 176.000 mensen kwamen om het leven.

Inzicht

De SHO, waarin onder meer Novib, het Nederlandse Rode Kruis en Terre des Hommes hun krachten hebben gebundeld, meldden dat zij tot nu toe 1.476.825 euro aan actiekosten hebben gemaakt. De kosten in deze post worden hoger, omdat de SHO de gevers via rapportages inzicht moeten geven in de besteding van het geld. Volgens een onderlinge afspraak mogen die kosten per organisatie niet meer dan 6 procent van de ontvangen som bedragen.

Van de 47 miljoen euro die de deelnemende organisaties aan lokale partners hebben overgemaakt, is 27 miljoen daadwerkelijk uitgegeven, waarvan 17 miljoen aan noodhulp en 10 miljoen aan wederopbouw. De noodhulp is volgens J. Willemse van SHO wat goedkoper uitgevallen dan gedacht, omdat de verwachte epidemieën zijn uitgebleven en geen sprake is van een echte voedselcrisis. Voedsel kan vaak vanuit het achterland worden aangevoerd.

Lastige fase

De wederopbouw wordt volgens L. Ploumen van SHO een "heel lastige, taaie en langdurige fase" die zeker niet vlekkeloos zal verlopen. Zo mogen veel getroffenen die dicht bij de kust woonden om veiligheidsredenen niet naar hun oude woonplaats terugkeren. De zoektocht naar vervangende grond en het aanvragen van bouwvergunningen kosten veel tijd.

Verder moeten hulporganisaties in conflictgebieden als Atjeh en Sri Lanka eindeloos "onderhandelen en schipperen" om niet door een van de strijdende partijen te worden gebruikt. Ook leidt de aanwezigheid van veel internationale organisaties tot prijsopdrijving. Zo is de prijs van huizen in Atjeh sinds de tsunami vervijfvoudigd. "Als een zwakke overheid de prijzen niet kan controleren, leidt dat tot profiteren", aldus Willemse.

Sri Lanka

Het grootste deel van de opbrengst van de giro 555 actie gaat naar Sri Lanka. Indonesië is de tweede grootste ontvanger van SHO-geld. In India is de bijdrage minder hoog, omdat de Indiase overheid heeft aangegeven dat zij een groot deel van de gevolgen van de ramp zelf kan opvangen.

De bijdragen in Thailand, Birma (Myanmar) en Somalië zijn relatief klein, meldt SHO in het rapport. Het aantal slachtoffers en de schade in Birma en Somalië waren beperkt en Thailand geldt als een relatief welvarend land, dat de gevolgen van de ramp grotendeels zelf kan opvangen.