DEN HAAG - Minister Peijs (Verkeer) weigert af te stappen van haar plannen voor een breed onderzoek naar de aanleg van een snelle treinverbinding naar het noorden van het land. Zij vindt het "te vroeg om stelling te nemen voor of tegen een bepaald alternatief" voor deze Zuiderzeelijn.

De CDA-bewindsvrouw distantieerde zich woensdag in de Tweede Kamer van een initiatief van PvdA en VVD tegen de Zuiderzeelijn, via een hogesnelheidsverbinding of een magneetzweefbaan, en voor een 'Hanzelijn plus plus'. Alle varianten voor een snelle spoorlijn moeten volgens haar "gelijkwaardig" aan bod komen in dat onderzoek of structuurvisie.

Onhaalbaar

Omwille van de zorgvuldigheid wil Peijs volgend jaar een besluit nemen. VVD-Kamerlid Hofstra wil snel een einde aan de onzekerheid voor het noorden. Hij ziet er niets in om "helemaal opnieuw te beginnen" aan een onderzoek. Hofstra is nu al ervan overtuigd dat een hogesnelheidslijn of een magneetzweefbaan onhaalbaar zijn omdat ze veel te duur uitvallen.

Peijs bepleitte een "Duivesteijn-bestendige" aanpak, naar de Kamercommissie die vorig jaar twee peperdure spoorprojecten, de Betuwe-goederenlijn en de Hogesnelheidslijn-Zuid tussen Amsterdam en Parijs, doorlichtte. De Kamer bespreekt deze week met het kabinet het eindrapport van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI), dat ook een vernietigende notitie tegen de Zuiderzeelijn omvatte.

Blij

PvdA-fractiespecialiste Dijksma reageerde blij op de toezegging van Peijs dat de "Hanzelijn plus plus", waarbij op de nieuwe spoorlijn tussen Zwolle en Lelystad snelheden mogelijk worden tot 200 kilometer per uur, ook wordt meegewogen in het onderzoek. Dijksma zei dat zij ook voor een 'TCI-proof'-procedure is. "We willen snelheid, niet onzorgvuldigheid."