LEEUWARDEN - Tegen de 32-jarige Wytze D. en de 30-jarige Douwe V. uit Leeuwarden is dinsdag een celstraf van zestien jaar geëist voor de liquidatie van een 53-jarige man uit Wolvega. Het Openbaar Ministerie (OM) bepleitte tijdens de behandeling van de strafzaak voor de rechtbank in Leeuwarden dat beide mannen even schuldig zijn aan de dood van het slachtoffer, ondanks dat D. het fatale pistoolschot loste.

Het slachtoffer werd op zondag 16 januari in zijn huis in Wolvega door zijn hoofd geschoten en daarna enkele malen met een honkbalknuppel op zijn hoofd geslagen. De man overleed vrijwel direct aan zijn verwondingen.

Aangifte

D. stelde dat zijn gezin door het slachtoffer met de dood werd bedreigd. Het slachtoffer wilde namelijk "drie vijanden" vermoorden en vroeg D. om hulp. Toen D. weigerde te helpen met moorden, werd het slachtoffer kwaad. "Ik had wel aangifte kunnen doen bij de politie dat mijn gezin werd bedreigd, maar ik kon de bedreigingen niet bewijzen. Dus heb ik het recht in eigen hand genomen", aldus D.

Financiële problemen

De rol van V. is een hele andere. D. had V. een baan bij een incassobureau beloofd. Omdat V. in de financiële problemen zat en de baan die hem in het vooruitzicht werd gesteld niet wilde verliezen, liet hij D. niet vallen.

Op de bewuste zondag in januari zagen de twee kans met een smoes bij het slachtoffer binnen te komen en werd hij afgeslacht. Pas elf dagen na de moord werd de dode man gevonden. Beide verdachten hebben hun rol in de moord bekend. Met het argument van V. dat hij slechts het hulpje van D. was veegde het OM de vloer aan. "V. zag in D. de redder in financiële nood en daarom wilde hij met D. meedoen. Hij koos er zelf voor om door te gaan met de moordplannen, terwijl hij genoeg tijd had daar op terug te komen", aldus de officier van justitie.

Uitspraak is op dinsdag 21 juni.