Het aantal leden van de vakbonden in Nederland is sinds 2012 verder afgenomen. In dat jaar waren er nog zo'n 1,9 miljoen. Vorig jaar was dat gedaald tot 1,7 miljoen, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Uit de cijfers blijkt verder dat mannen (22 procent) vaker lid zijn van de vakbeweging dan vrouwen (17 procent). Ook was er een groot verschil tussen verschillende leeftijdsgroepen waarbij geldt dat oudere werknemers vaker lid zijn dan jongeren. Gemiddeld is net geen een op de vijf werkenden lid van een vakbond.

Ook het aantal uren per week dat mensen werken heeft invloed op de organisatiegraad. Van de werknemers die maximaal twaalf uur per week werken, is slechts 6 procent vakbondslid. Bij de groep die tussen de 12 en 35 uur per week werkt is dat 19 procent en bij mensen die 35 of meer uur per week werken is 22 procent lid.

De noordelijke provincies zijn voor de vakbonden nog redelijk vruchtbare grond. In Drenthe en Friesland was 27 procent van de werknemers lid, in Groningen 25 procent. Ook in Zeeland is een kwart van de werknemers lid. Noord-Brabant heeft zich het meest afgewend van de vakbeweging. Daar is slechts 15 procent lid van een vakbond.