DEN HAAG - Verstandelijk gehandicapten schieten als ouder vaak tekort. In tweederde van die gezinnen zijn de problemen zo groot dat het kind uit huis moet worden geplaatst of moet de Raad voor de Kinderbescherming er anderzins aan te pas komen.

In eenzesde van de gevallen is de situatie problematisch en in de helft schiet de opvoeding ernstig tekort. Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. Het onderzoeksrapport is donderdag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Slechts in eenderde van de gevallen is uithuisplaatsing of andere bemoeienis van de Raad voor de Kinderbescherming niet nodig. Volgens de onderzoekers is er dan sprake van "goed genoeg" ouderschap. Dat betekent dat er dan geen aanwijzingen zijn voor verwaarlozing of mishandeling.

Ouderschap

De onderzoekers hebben ook gekeken wat factoren zijn voor "goed genoeg" ouderschap. Dan blijk dat een sociaal netwerk en het kunnen inschakelen van ondersteunende hulpverlening van belang zijn. De hoogte van het IQ blijkt geen doorslaggevende factor.

Vorig jaar stelde staatssecretaris Ross van Volksgezondheid voor verstandelijk gehandicapten te ontmoedigen aan kinderen te beginnen als blijkt dat zij niet in staat zijn hun kinderen op te voeden. Het ondersteunen van hun kinderwens als in redelijkheid kan worden vastgesteld dat het kind grote schade gaat lijden, vindt het kabinet te ver gaan.

Voor Ross staat voorop dat moet worden voorkomen dat een kind een toekomst vol verwaarlozing tegemoet gaat. Het belang van verstandelijk gehandicapten met een kinderwens moet worden afgewogen tegen het belang van het eventuele kind. Voor het kabinet weegt het belang van het kind zwaar. Als verantwoord ouderschap niet mogelijk blijkt, dan moet worden ingezet op een ontmoedigigingsbeleid, aldus Ross vorig jaar.