BRUSSEL - Marc Dutroux, hoofdverdachte in het Belgische zedenschandaal van 1996, trekt zijn bekentenis over de moord op zijn vroegere kompaan Bernard Weinstein in. Dat meldden zaterdag diverse Belgische media op gezag van zijn advocaat mr. Julien Pierre. Dutroux schuift de schuld voor de moord op Weinstein nu op drie minnaars van zijn ex-echtgenote Michèle Martin.
Marc Dutroux

Dutroux bekende eind 1996 na zijn arrestatie dat hij Weinstein levend had begraven. Weinstein zou volgens Dutroux de meisjes Julie en Mélissa hebben ontvoerd en verkracht. Vervolgens zou hij slecht voor hen hebben gezorgd, waardoor zij om het leven kwamen, aldus Dutroux.

Volgens zijn raadsman stelt Dutroux nu de drie nooit eerder genoemde minnaars van zijn vroegere echtgenote, die deel zouden uitmaken van de onderwereld in Charleroi, ook verantwoordelijk voor ontvoering en misbruik van Julie, Mélissa en de Vlaamse meisjes An en Eefje. Het drietal criminelen zou ook Weinstein om het leven hebben gebracht.

Dutroux heeft altijd zijn onschuld staande gehouden in de zaak van ontvoering en misbruik van zes meisjes, waarvan er vier om het leven kwamen. Justitie leek alleen een harde zaak tegen hem te hebben in de moord op Weinstein.

Nu de hoofdverdachte die bekentenis intrekt, heeft officier van Justitie Bourlet nog minder om op te staan. Het proces tegen Dutroux zou in 1998 al gevoerd moeten zijn. Bourlet bereidt nu echter een aanklacht voor, waardoor het mogelijk volgend jaar tot een proces komt.

Dutroux' advocaat wil het gerechtelijk onderzoek verder nietig laten verklaren. Officier van Justitie Bourlet en onderzoeksrechter Connerotte hebben volgens de raadsman het onderzoeksgeheim geschonden door na ontdekking van de zaak-Dutroux een speciale Kamercommissie achter gesloten deuren te informeren. Dat is in strijd met de regels, aldus raadsman Pierre.