DEN HAAG - Scholen moeten samen met gemeenten verplicht afspraken maken over integratie van leerlingen. Dit moet in de wet worden vastgelegd. Dat staat in een advies van de Onderwijsraad over spreiding en integratie dat woensdag is verschenen.

De Onderwijsraad oordeelt nogmaals, net als in een advies van drie jaar geleden, dat aparte wachtlijsten voor allochtone en autochtone leerlingen op de basisschool juridisch niet door de beugel kunnen. Rotterdam wil aparte wachtlijsten voor basisschoolleerlingen op basis van afkomst. De Rotterdamse basisschool De Pijler begon daar een paar jaar geleden mee om het aantal zwarte en witte leerlingen in evenwicht te kunnen brengen.

Wel vindt de Onderwijsraad dat spreiding van scholieren aan de hand van een achterstand in taal of in leermogelijkheden mogelijk is. In tegenstelling tot spreiding op afkomst, zou dit niet in strijd zijn met nationale en internationale wetgeving. Gemeentes zouden volgens de Onderwijsraad groepen autochtone ouders die hun kind naar een zwarte school brengen, kunnen ondersteunen.

Integratie

Gemeentes gaan over de huisvesting van scholen. Dit kunnen zij volgens het advies gebruiken om integratie een duwtje in de rug te geven. Zo zou een zwarte school waar autochtone ouders hun kinderen bewust naar toe sturen, voorrang kunnen krijgen bij het toewijzen van nieuwe lokalen. Daarvoor moet dan wel de wet worden veranderd.

In de integratieplannen die gemeenten en scholen moeten opstellen, kunnen deze zelf beslissen in hoeverre ze de spreiding van leerlingen ten koste willen laten gaan van de vrijheid van ouders en leerlingen om zelf een school uit te kiezen. Ook moeten scholen en gemeente zelf in de gaten houden in hoeverre hun integratieplan witte leerlingen de gemeente uitjaagt.

Van der Hoeven

Minister Van der Hoeven (Onderwijs) heeft al eerder gezegd dat gemeenten met scholen niet-vrijblijvende afspraken over spreiding van leerlingen moeten maken. Van der Hoeven heeft daarbij altijd achterstanden van leerlingen als uitgangspunt willen nemen, niet hun land van herkomst. Over het plan van Rotterdam had ze dan ook twijfels. Haar collega Verdonk (Integratie) was een stuk enthousiaster. Zij noemde het "een positieve bijdrage" aan integratie.

De Tweede Kamer schaarde zich ook achter de Rotterdamse aanpak, al vroeg het CDA zich net als minister Van der Hoeven af of spreiding op grond van afkomst wel mag.