DEN HAAG - Leerlingen in het voortgezet onderwijs kunnen over een paar jaar allemaal een tijdje koffie schenken aan ouderen, een uitstapje voor gehandicapten begeleiden of ballen pompen bij een voetbalclub. Minister Van der Hoeven (Onderwijs) en staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) willen dat alle middelbare scholieren vanaf 2007 een maatschappelijke stage kunnen doen.

Dat hebben zij dinsdag aan de Tweede Kamer geschreven. De stages begonnen twee jaar geleden met een proef waaraan tien scholen meededen. Dat beviel zo goed dat de komende jaren het aantal fors wordt uitgebreid, totdat het op alle scholen kan. De bewindslieden trekken hier 8 miljoen euro voor uit.

De bewindslieden willen de maatschappelijke stage niet verplicht stellen. Van der Hoeven liet al eerder weten niets te voelen voor een sociale dienstplicht, zoals haar partijgenoot minister Donner (Justitie) opperde. Wel kunnen scholen zelf kiezen om de stage aan hun leerlingen op te leggen. Ook mogen scholen in het voortgezet onderwijs zelf uitmaken of hun leerlingen een week lang stage lopen of dit meer spreiden in de tijd.

Probleem is nog dat er scholen niet altijd genoeg stageplekken kunnen vinden. Dat kan worden ondervangen door de leerlingen zelf te laten zoeken en door samen te werken met grote zorginstellingen, die wel wat extra handen kunnen gebruiken.