HILVERSUM - De naturalisatie van prinses Máxima is niet volgens de regels verlopen. Dat blijkt uit een reconstructie door Twee Vandaag en Nieuwe Revu van de procedure van slechts acht dagen die Máxima in 2001 op haar verjaardag (17 mei) het Nederlanderschap opleverde.

De reden voor een versnelde naturalisatieprocedure, die doorgaans toch nog maanden duurt, was dat Máxima de Nederlandse nationaliteit moest hebben om tot het Koninklijk Huis te kunnen toetreden. Op het moment dat ze Nederlandse werd, had het parlement echter nog geen toestemming voor haar huwelijk met kroonprins Willem-Alexander gegeven.

Toestemmingswet

Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) hoefde echter niet gewacht te worden, totdat het parlement de Toestemmingswet had aanvaard. Het lag volgens de dienst zelfs voor de hand om de naturalisatie af te ronden voor de parlementaire behandeling van de Toestemmingswet op 3 juli 2001.

Bovendien is het verzoek tot naturalisatie in strijd met de regels bij het kabinet van de koningin ingediend en niet, zoals had gemoeten, bij de burgemeester van Máxima's woonplaats destijds. Het kabinet der koningin heeft het verzoek doorgeleid naar de minister van Justitie.

In strijd

Volgens de advocaat M. Wijngaarden, gespecialiseerd in het vreemdelingenrecht, en de oud-hoogleraar migratierecht U. Jessurun d'Oliveira, is die gang van zaken in strijd met de uitvoeringsregels bij de Rijkswet. De RVD liet echter weten dat de minister van Justitie bevoegd is om naturalisatieverzoeken te behandelen en dat de Rijkswet een afwijkende naturalisatieprocedure niet uitsluit.

Verder zou Máxima de verschuldigde leges veel te laat, na ruim een jaar, hebben betaald. "Het antwoord op de vraag over het tijdstip van betaling van leges heeft geen gevolg voor de rechtsgeldigheid van de verlening van het Nederlanderschap", reageerde de RVD.

Geen procedure

Ook heeft de landsadvocaat namens de minister van Justitie laten weten dat die niet over de documenten beschikt die moeten aantonen dat de juiste procedure is gevolgd. "Dat betekent dat er geen procedure is geweest", aldus Wijngaarden.

De advocaat sprak van een "redelijk vermoeden" dat de toenmalige minister van Justitie Korthals een ambtsmisdrijf heeft begaan, omdat hij had moeten weten dat de regels niet nageleefd waren. De RVD bestrijdt dat. "Als we het toch over een ambtsmisdrijf hebben, dan is de koningin ook schuldig, want haar handtekening staat er ook onder", zei Jessurun d'Oliveira.

Onvoldoende

De RVD wees erop dat Tweede-Kamerleden bij de behandeling van de Toestemmingswet geen bezwaren hebben geuit tegen de naturalisatieprocedure. Het toenmalige PvdA-Kamerlid Rehwinkel vindt echter dat hij onvoldoende is geïnformeerd.

De gevolgde procedure op grond van artikel 10 van de Rijkswet is volgens de RVD tussen 1995 en april 2001 880 keer toegepast. Máxima heeft geen voorkeursbehandeling genoten, maar een "niet-standaardbehandeling in een bijzonder geval", aldus de dienst.