ROTTERDAM - In het bouwfraudeproces zijn woensdag in Rotterdam geldboetes geëist tot 2 miljoen euro tegen vier grote bouwbedrijven. Twaalf verdachte (ex-)directeuren van deze aannemers hoorden straffen tegen zich eisen tot 1 jaar, met aftrek van voorarrest.

De hoogste straf wil het Openbaar Ministerie opleggen aan de topman van de Groningse wegenbouwer Koop Tjuchem. Topman Henk K. hoorde een celstraf van 1 jaar tegen zich eisen. Tegen zijn directeur F. V. werd een eis van tien maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf neergelegd. J. S., de regelaar van de fraudegelden, moet wat betreft justitie zeven maanden zitten. Bouwer Koop Tjuchem en zijn medewerkers worden beschuldigd van het grootste aantal misstappen in deze omvangrijke fraudezaak.

Normbesef

Volgens officier van justitie M. Koelewijn heeft aannemer Koop Tjuchem "geen middel geschuwd om de eigen continuïteit te waarborgen". "Dat zegt iets over de mate van normbesef."

De wegenbouwer was niet alleen betrokken bij alle verdachte bouwprojecten die het OM heeft onderzocht, maar ook wordt het bedrijf als enige beticht van corruptie en omkoping van ambtenaren. Dat kost de voormalige werkgever van klokkenluider Ad Bos volgens de aanklagers een geldboete van 2 miljoen euro.

Duidelijk signaal

De drie andere aannemers die zich voor de rechter moesten verantwoorden, Heijmans, BAM en KWS, moeten van het OM elk 1,8 miljoen euro betalen. "Een signaal moet duidelijk zijn: het illegale vooroverleg en alle excessen die het met zich meebracht, moeten worden gestopt", zei officier Koelewijn.

Vier hooggeplaatste medewerkers van wegenbouwer KWS hoorden met ieder negen maanden eveneens een zware eis. Ook zij waren betrokken bij een groot aantal illegale afspraken die het Openbaar Ministerie in zijn ruim 3,5 jaar durende onderzoek onder de loep heeft genomen.

De eisen tegen de managers van Heijmans en BAM waren lager, omdat zij van minder misstappen worden beticht. De drie directeuren van Heijmans en de twee van BAM moeten ieder zes maanden zitten, vindt het OM.

Integer zakendoen

Justitie rechtvaardigde de celstraffen met het argument dat de bouwbazen niet of nauwelijks hebben meegewerkt aan het onderzoek. "Het merendeel van de verdachten heeft de feiten niet erkend. Gelet hierop blijft de vraag bestaan of dit gedrag in de toekomst voorgoed is uitgebannen", constateerde de aanklager. Zij vroeg zich af of integer zakendoen inmiddels bij de bouwers tussen de oren zit of dat zij dat alleen voor de vorm op papier hebben vastgelegd.