AMSTERDAM - Voor de rechtbank in Amsterdam dient op 20 mei een vrij uitzonderlijke rechtszaak. Het Openbaar Ministerie (OM) wil dat de rechter een voortvluchtige overvaller bij verstek veroordeelt om zo verjaring van het misdrijf te voorkomen. Dat heeft een woordvoerder van het OM woensdag gezegd.

De 45-jarige verdachte in deze zaak heeft op 17 december 1990 met een aantal handlangers een geldwagen van Brinks-Nedlloyd overvallen. De buit bedroeg ongeveer 2,5 miljoen gulden. Het OM is vrij zeker dat deze man de hoofddader is omdat hij een werknemer van Brinks-Nedlloyd en de bijrijder van de betreffende geldauto was. De man is sinds de overval voortvluchtig en staat internationaal gesignaleerd.

De chauffeur van de overvallen geldwagen heeft de 45-jarige bijrijder bovendien als dader aangewezen. Hij kreeg een zak over zijn hoofd en heeft daardoor niet de handlangers van de verdachte kunnen zien. Van deze handlangers is dan ook niet veel bekend.

Hoger beroep

Op een misdrijf als dit staat een verjaringstermijn van vijftien jaar, aldus de woordvoerder van het OM in Amsterdam. Door de zaak voor te laten komen, wil het OM voorkomen dat het misdrijf verjaart. Als de man bij verstek veroordeeld wordt en later toch opgepakt, moet hij zijn straf meteen uitzitten. Hij kan dan ook nog in hoger beroep gaan.

Een veroordeling van een voortvluchtige komt in Nederland niet zo heel vaak voor. Na de Tweede Wereldoorlog gebeurde dat soms met Duitse oorlogsmisdadigers. Desi Bouterse is in 2000 in Nederland bij verstek tot elf jaar cel veroordeeld wegens betrokkenheid bij een drugstransport, maar zijn woonplaats was bekend. Suriname wilde hem echter niet uitleveren.