DEN HAAG - Sinds vorige maand een explosie op het Ouddorpse vissersschip Maarten Jacob drie vissers het leven kostte, heeft de Kustwacht al ruim honderd meldingen van explosieven binnengekregen. De afgelopen jaren waren het er gemiddeld hoogstens vijftig over een heel jaar.

"Sinds de explosie geven de vissers alles door. Er heeft een soort bewustwording plaatsgevonden", zei een woordvoerder van de Koninklijke Marine maandag. De marine ruimt de bommen, granaten of torpedo's, zodra de Kustwacht die heeft doorgegeven.

Drie van de zes opvarenden van de OD-1 kwamen op 6 april om het leven omdat een van de zeebodem opgeviste bom uit de Tweede Wereldoorlog op het dek ontplofte.

Mijnenjager

De vissers melden de positie van de bommen die ze per sonar hebben gesignaleerd of die ze opvissen. De marine stuurt dan een mijnenjager of een duikvaartuig om het wapentuig tot explosie te brengen. "Dat gebeurt of ter plekke of verderop op zee als er pijpleidingen of kabels in de buurt liggen."

Wandelende explosieven

Er zijn geen vaste plaatsen waar explosieven bij elkaar liggen. "Het gros van de explosieven is na de Tweede Wereldoorlog geruimd. Wat sindsdien bovenkomt zijn afzwaaiers, gedumpte ladingen of over de zeebodem 'wandelende' explosieven. Het kan zijn dat het getij of een sleepnet een bom of torpedo bovenhaalt, die tientallen jaren onder meters zand heeft gelegen. We weten niet waar ze liggen, laat staan hoeveel er nog zijn", aldus de marinewoordvoerder.